Recensie: Van Raak, In naam van het volmaakte, conservatisme in Nederland in de negentiende eeuw

Conservatisme en conservatisme is twee, zo blijkt wel uit deze dissertatie van Van Raak. Associeerde Huizinga in zijn Nederlands geestesmerk het conservatisme met een ‘berusting in het onvolmaakte’, Van Raak heeft zijn negentiende-eeuwse conservatieven verzameld onder de banier In naam van het volmaakte. De conservatieven die in dit boek centraal staan, onderscheiden zich dan ook van heel wat andere conservatieven door een optimistische en humanistische visie.

In de historiografie van de negentiende-eeuwse politiek gaat de belangstelling vooral uit naar de liberalen, antirevolutionairen en de aan het einde van de eeuw opkomende socialisten. Van Raak vestigt de aandacht op een relatief onbekende groep: de niet-religieuze conservatieven rond de Utrechtse hoogleraar Gerrit Jan Mulder. Deze natuurwetenschapper had een levendige belangstelling voor politiek en wist een netwerk van conservatieve kiesverenigingen door het hele land te vestigen. De ideologie die hen samenbond was het eclectische humanisme van de filosoof Van Heusde, waarin sterk de nadruk werd gelegd op harmonie en moraliteit. Maar meer nog deelden zij een manier van politiek bedrijven: zij hadden een afkeer van het parlement en wilden de macht concentreren rond de koning.

Daarom probeerden ze zoveel mogelijk buiten het parlement om politiek te bedrijven. Het meest effectieve conservatieve politieke middel vormde de hofcoterie, de kring rond de koning waarin allerlei politieke beslissingen genomen konden worden, zonder het parlement erin te kennen. De koning deelde met hen een afkeer van het parlementaire stelsel en stelde daarom tweemaal een conservatieve regering aan (Van der Brugghen en Van Zuylen-Heemskerk). Beide keren leidde het echter tot felle botsingen met het parlement en wist de regering niet veel te bereiken. Op het moment dat de conservatieven, in de tweede helft van de negentiende eeuw, zich echter neerleggen bij het parlementaire stelsel, verliezen ze hun eigen profiel en verdwijnen in het liberalisme of de christelijk-historische stroming.

Ronald van Raak

Daarmee verdween ook de term ‘conservatief’ uit de Nederlandse politiek en verkreeg vervolgens zijn pejoratieve connotatie. De sterke kant van dit boek is de beschrijving van de politieke cultuur van de conservatieven. Hoe het netwerk van kiesverenigingen functioneerde en welke wegen men wist te bewandelen om te werken aan de verwezenlijking van hun idealen.

Daarbij wordt duidelijk dat de figuur Mulder een belangrijke rol speelde. Dat blijkt helemaal als hij zich terugtrekt uit de politiek en terugkeert tot zijn oude métier. De conservatieve kliek krijgt het moeilijk en moet naar nieuwe wegen zoeken.

Download de complete recensie (Pdf)

Jaargang 13 (2002) No 1