Recensie: van Liempt, Kopgeld, Nederlandse premiejagers op zoek naar joden

Voor veel mensen is het onbekend dat de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog een aparte groep Nederlanders in dienst hadden om ondergedoken Joden op te sporen: de colonne-Heinnecke. Ad van Liempt, eindredacteur van het tv-programma Andere Tijden, heeft de werkzaamheden van deze mensen onderzocht. Zijn bevindingen heeft hij beschreven in Kopgeld, een schokkend boek over mannen die tot het uiterste gaan om mensen in de handen van hun ergste vijand over te leveren. De groep verrichtte haar afschuwelijke werk voornamelijk in 1943 en moet verantwoordelijk worden gehouden voor de deportatie van duizenden Joden naar de vernietigingskampen in Oost-Europa.

Bron Transparant

Bron Transparant

Al lezend krijgt men de indruk dat de meeste deelnemers aan deze jodenjacht tot de sociaal zwakkere groepen van de maatschappij behoorden. De meesten hadden geen diploma’s en waren vaak werkloos, en moesten dus leven van een uiterst bescheiden uitkering. In de jaren dertig werden veel van hen lid van de NSB. Toen de Duitsers mensen zochten voor hun weerzinwekkende werkzaamheden, zorgden de arbeidsbureaus er voor dat werkloze NSB-ers hiervoor werden ingeschakeld. Met behulp van tipgevers, door speurwerk of soms ook door stom toeval, konden zij Joodse onderduikers gevangen nemen. Jeugdige onbezonnenheid kan onmogelijk ten grondslag hebben gelegen aan hun gedrag, aangezien hun gemiddelde leeftijd rond de veertig jaar lag. Wel bleek het kleine deel dat jonger dan dertig jaar was tevens het fanatiekst te zijn.

Wie zich de vraag stelt welke motivatie men had om dit werk te gaan doen, ontdekt dat de rol van de familie belangrijk was. Zij oefende vaak druk uit om aan het werk te gaan. Als iemand eenmaal betrokken was bij de werkzaamheden van de colonne-Heinnecke zorgden de leiders er wel voor dat het werk goed gebeurde. Door mentale druk uit te oefenen, voorkwamen zij dat hun ondergeschikten de kantjes er vanaf liepen.

De grootste drijfveer om met dit werk te beginnen was echter niet de familie, maar het grote geld dat lonkte. De jodenjagers zagen namelijk hun kans schoon om in korte tijd veel te verdienen. Een andere manier om zichzelf te verrijken was – hoewel dat streng verboden was – het toeëigenen van joodse spullen of het zich laten omkopen door een Jood in ruil voor bescherming; uiteraard voor veel geld. Het lijkt erop dat dit ook de oorzaak was van het opheffen van de colonne. De Duitsers kregen lucht van de fraude en maakten hier op een rigoureuze manier een einde aan.

Download de complete recensie (Pdf)

n.a.v. Ad van Liempt, Kopgeld. Nederlandse premiejagers op zoek naar joden, 1943, Amsterdam: Balans, 2002, 360 blz., €21,50.

Jaargang 14 (2003) No 2