Recensie: Naar een mosli-christo-dom in Pakistan?

Beeld Transparant

Beeld Transparant

Hoewel Pakistan sinds 2002 door de Verenigde Staten wordt gezien als bondgenoot in de strijd tegen het moslimterrorisme, staat het land op de ranglijst christenvervolging van OpenDoors op de dertiende plaats. In zijn studie Christian Citizens in an Islamic State. The Pakistan Experience onderzoekt de Britse socioloog en theoloog Theodore Gabriel niet alleen de oorzaken van de moeizame verhouding tussen christenen en moslims in Pakistan, maar stelt hij ook dat er mogelijkheden zijn om deze relatie te verbeteren.

Gabriel heeft gekozen voor een heldere opzet. Hij begint met een historisch exposé over het ontstaan van Pakistan. Daarin beschrijft hij hoe tot en met de achttiende eeuw het aantal christenen binnen Pakistan verwaarloosbaar was, maar dat dit veranderde nadat de Britten in 1858 geheel India – en dus ook Pakistan dat toen onderdeel van India was – onder controle kregen. Het aantal christenen nam vanaf dat moment significant toe. Gabriel ziet drie oorzaken voor deze stijging: in de eerste plaats legde het Britse leger door het hele land spoorwegen aan die geleid werden door de Britse East India Company. De efficiënte en uitgebreide spoorweginfrastructuur maakte het mogelijk om het christendom onder Pakistani te verspreiden. In de tweede plaats stimuleerde de Britse overheid christelijk onderwijs. Behalve praktische en politieke factoren, wijst Gabriel ten slotte op een heel wat pragmatischer oorzaak voor de stijging van het aantal christenen, namelijk het kastesysteem van India. Voor de ‘onaanraakbaren’ betekende bekering tot het christendom veelal de enige mogelijkheid om het kastesysteem te ontvluchten en een carrière op te bouwen.

Op overtuigende wijze laat Gabriel zien dat de verhoudingen tussen christenen en moslims vanaf het begin gespannen waren. Niet alleen vanwege het feit dat moslims de christenen simpelweg beschouwden als vertegenwoordigers van de westerse overheersers die een onafhankelijk islamitisch Pakistan onmogelijk maakten, maar vooral ook omdat het vooral onaanraakbaren waren die zich tot het christendom bekeerden. Christen-zijn stond daardoor voor menigeen synoniem voor een lage sociale status. De onafhankelijkheid van Pakistan in 1956 was dan ook funest voor de positie van christenen in Pakistan. Stap voor stap werd Pakistan in formele zin geïslamiseerd. Dat begon met de invoering van de grondwet, waarin Pakistan officieel als Islamitisch Republiek werd aangeduid, en eindigde met de invoering van de sharia waardoor er geen enkele ruimte meer is voor religieuze minderheden. Christenen en andere religieuze minderheden hebben het sindsdien bijzonder moeilijk: ze kunnen vrij eenvoudig het land worden uitgezet of ter dood worden veroordeeld.

Internationale ontwikkelingen als de Amerikaanse interventies in Afghanistan en Irak maken de positie zo mogelijk nog penibeler. Dit is bijzonder problematisch voor president Musharaff die enerzijds nauw met de VS samenwerkt in de strijd tegen het (moslim)terrorisme, en tegelijkertijd het extremisme in zijn eigen land moet zien te beteugelen. Een haast onmogelijke opgave, die leidt tot een instabiele politieke situatie. Paradoxaal genoeg biedt juist deze situatie christenen enige vastigheid. Want, zo betoogt Gabriel: “As long as President Musharaff is in power, we can expect a certain measure of stability and restraining of Islamic militants. If he falls, the political scene in Pakistan is bound to descend to chaos and this will prove extremely hazardous for minorities, especially the already beleaguered Christian minority of Pakistan” (p.87).

Hoewel Gabriel een interessant overzicht geeft van de belangrijkste ontwikkelingen in de geschiedenis van de positie van christenen in Pakistan, mis ik een grondige historische analyse. Zijn betoog is grotendeels gebaseerd op interviews met zowel christenen als moslims, waardoor het boekje eerder het karakter heeft van een journalistiek product. Hij schrijft mij teveel toe naar een oplossing van de huidige problemen in Pakistan, waarbij hij ook nog eens een tamelijk naïef optimistisch geloof aan de dag legt. Gabriel stelt dat de verhoudingen tussen christenen en moslims in het huidige politieke bestel van Pakistan vrij eenvoudig genormaliseerd zouden kunnen worden, door te starten met een interreligieuze dialoog tussen christenen en moslims. Dat zou dan moeten resulteren in een mengvorm tussen beide religies, in een soort ‘mosli-christo-dom’ dus. Behalve dat Gabriel als socioloog voorbij gaat aan het feit dat christenen in Pakistan nog altijd geassocieerd worden met de ‘onaanraakbaren’, hetgeen een eventueel dialoog bepaald niet stimuleert, zou hij als theoloog moeten weten dat een mengvorm van beide religies voor extreme dan wel orthodoxe vleugels binnen zowel het christendom als de islam volstrekt ondenkbaar is.

Download de recensie (Pdf)

N.a.v. Theodore Gabriel, Christian Citizens in an Islamic State. The Pakistan Experience (Hampshire: Ashgate, 2007, 132 blz., £16,99, ISBN 978-0-7546-6036-1).

Jaargang 21 (2010) No 1