Recensie: Louis Barthas, De oorlogsdagboeken van Louis Barthas 1914-1918

Ter gelegenheid van het tachtigjarige einde van de Eerste Wereldoorlog liet Uitgeverij Bas Lubberhuizen de oorlogsdagboeken van Louis Barthas vertalen door Dirk Lambrechts. Korporaal Barthas maakte tijdens zijn langdurlg verblijf in de loopgraven aan het westelijk front aantekeningen en hij schreef een aantal brieven. Dit alles verwerkte en redigeerde hij na de oorlog in 19 schriften. Zodoende is dit geen klassiek dagboek dat dagelijks de gebeurtenissen aan het front verslaat en daarbij de gedachten van de schrijver weergeeft. Barthas beschrijft langere perioden, waarbij wel de nadruk ligt op hetgeen hij en zijn naaste kameraden meemaken, waarbij de lezer een goed en gedetailleerd beeld krijgt van de ervaringen, gedachten en gevoelens van een gewone “poilu” aan het front. Om dit alles in een groter geheel te kunnen plaatsen en het dagboek beter te kunnen begrijpen, staat aan het begin een zeer bruikbare en interessante inleiding door Chrisje Brants, co-auteur van “Velden van weleer”, de uitstekende reisgids naar de rudimenten van de Eerste Wereldoorlog.

Bron Transparant

Bron Transparant

Barthas beschrijft hoe hij in het leger kwam en naar het front vertrok. Omdat de Franse legerleiding een roulatiesysteem hanteerde, zou hij op diverse legendarische slagvelden (of in zijn woorden ‘slachtvelden’) terechtkomen. Door ziekte mist hij eigenlijk alleen de openingsslagen, zoals die bij de Marne. Maar tijdens de Slag bij Verdun heeft hij die “schade” ruimschoots kunnen compenseren. Zeer indringend beschrijft hij de onvoorstelbare gruwelijkheden, die hij daarbij meemaakte. Opnieuw roept dit bij mij de fascinatie op van Auschwitz: hoe kan iemand dit onvoorstelbare overleven en navertellen.

Ook andere echo’s van verschrikking, zoals de gevechten bij Lorette en de Somme, worden van zeer nabij beschreven. Opvallend is het gevoel van lotsverbondenheid wat de gewone soldaten van beide partijen t.a.v. elkaar hadden. Hoewel in dit boek de gezamelijke kerstvieringen, die her en der plaatsvonden aan het front, niet worden beschreven, noemt Barthas wel andere staaltjes hiervan. De vijand bestond meer uit de eigen legerleiding, dan uit de willekeurige soldaat van de tegenpartij. Dit boek verklaart dit: de wijze, waarop de legerleiding zijn soldaten afbeulde, slecht verzorgde en opofferde, was onvoorstelbaar. En nog meer dan bij het lezen van een verslag van een overlevende van de vennietigingkampen, begrijp je nauwelijks waarom de mensen zich zo naar de slachtbank hebben laten voeren. Schijnbaar kun je mensen murw beuken, als je het maar gediciplineerd, langdurig en grof genoeg doet. Opmerkelijk genoeg weet Barthas sommige dingen nog met de nodige humor te beschrijven, of is dat soms een van de geheimen om te overleven?

n.a.v. Louis Barthas, De oorlogsdagboeken van Louis Barthas [tonnenmaker], 1914-1918 Oorspr. Les cartes de gueurre de Louis Barthas, tonnelier, 1914-1918 (Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen; tweede druk, 1999), 472 blz., fl. 54,50.

Download de complete recensie (pdf)

Jaargang 11 (2000) No. 1 – themanummer Het wonder in de geschiedenis