Recensie: Leeuwenburgh, Darwin in domineesland

Bron Transparant

Bron Transparant

Darwin in Domineesland is de handelseditie van het proefschrift waarmee Bart Leeuwenburgh op 15 januari 2009 aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam promoveerde. Het boek beschrijft de reacties van Nederlandse geleerden op de introductie van de evolutietheorie.

Voor zijn historische reconstructie gaat Leeuwenburgh uit van drie periodes. De eerste periode (1859-1867) kenmerkt zich door een gematigd debat: “de neiging bestond om de lieve vrede te bewaren en niemand voor het hoofd te stoten, voor de onderlinge meningsverschillen begrip op te brengen en de ogen open te houden voor nuances.” Dit wordt begrijpelijk als we beseffen dat het debat vrijwel uitsluitend door de academische elite werd gevoerd. Zij zagen Darwins theorie als een ‘aannemelijke hypothese’ die het voordeel van de twijfel verdiende. Ook veel theologen gaven op deze wijze hun instemming. De dominante Moderne Theologie ondernam wel meer pogingen om geloof en wetenschap met elkaar in overeenstemming te brengen. Wonderen waren inmiddels ‘uit’, naturalistische verklaringen ‘in’. De tweede periode (1868-1869) valt grotendeels samen met de zes lezingen die de Duitse materialistisch atheïst Karl Vogt in Rotterdam hield. Vogt was ‘de Dawkins van de negentiende eeuw’. De evolutietheorie rekende wat hem betreft af met “de verzinsels die wetenschappers eeuwenlang als onbetwistbare waarheid waren opgedrongen” zoals de idee dat we in Adam een gemeenschappelijke voorouder hadden en dat er een onsterfelijke ziel bestond. Dit was slechts “kinderlijk bijgeloof”.

Orthodoxe theïsten reageerden furieus. Velen verwierpen het principe van natuurlijke selectie als ‘onwetenschappelijk’. Zij verdedigden – als aanhangers van de ‘natuurlijke theologie’ – dat soorten onveranderlijk geschapen waren. Het was vooral de dierlijke afstamming die bij hen op de meeste weerstand stuitte. Illustratief voor het type verzet dat hiertegen geboden werd is een opmerking in het rooms-katholieke weekblad De Maasbode over de voordrachten van Vogt: “Wij zijn waarlijk nieuwsgierig of de Rotterdammers tot zes keer toe eene kolossale dosis materialistischen onzin kunnen verteeren en tot de overtuiging zullen komen naar hun apentuin te moeten snellen om daar den eersten baviaan den beste als hun urvader te omhelzen.” Mede door dit soort reacties polariseerde het debat in zeer korte tijd. De radicalen uit beide kampen zouden voortaan de inhoud en toon bepalen. Sinds Vogt lijkt de evolutietheorie daarom vast verbonden met het atheïsme en materialisme. In de derde periode (1870-1877) stond niet langer de beoordeling van Darwins theorie centraal, maar veeleer de doordenking en consequenties ervan. Het sociaal-darwinisme kwam op en werd door velen gepropageerd als ‘de nieuwe boodschap voor de mensheid’. Het waren met name katholieken die in deze periode van zich lieten horen. Zo bestreed Klönne nogmaals de “verfoeijleijke leer” dat de mens niet door “Gods adem bezield was”, maar afstamde van een “afzigtelijk gedierte”. Professor De Bruin stelde dat het darwinisme de stabiliteit van de samenleving ondermijnde omdat het de klassenstrijd aanwakkerde en “den mensch [zou] …verontchristelijken, verontzedelijken en verdierlijken.”

Op 12 februari 1877 boden zijn Nederlandse bewonderaars Darwin ter gelegenheid van zijn 68ste verjaardag een album met 217 portretten aan. Volgens Leeuwenburgh symboliseert dit moment een belangrijke overgang in de geschiedenis van de receptie van Darwins theorie in ons land. Er werd nog steeds gestreden over de voors en tegens, maar daarvoor werden nauwelijks nog originele argumenten uitgewisseld. Het zwaartepunt was inmiddels verlegd naar een discussie over de gevolgen van Darwins leer. Wie bekend is met het huidige Darwin-debat en luistert naar de ‘ernstige wetenschappers en filosofen, goedbedoelende warhoofden, strenge theologen, pseudo-wetenschappelijke charlatans en strijdbare atheïsten’ die Leeuwenburgh aanhaalt, ontkomt inderdaad niet aan deze indruk. Alles is al eens gezegd. Leeuwenburgh laat voor zijn historische reconstructie telkens twee ‘typen’ per periode aan het woord: de wetenschappelijke agnost en de naturalistische theoloog in de eerste periode; de materialistische atheïst en orthodoxe theïst in de tweede periode; de darwinist en sociaal darwinist in de derde periode. Elk type staat niet zozeer symbool voor een “gemiddeld oordeel”, maar voor een “consistent geheel van filosofische en theologische vooronderstellingen op grond waarvan men Darwins theorie beoordeelde”. Dit komt vrij gekunsteld over. De grenzen tussen de types blijken namelijk zeer vloeibaar. Sommige debaters namen tegelijkertijd verschillende posities in of veranderden later van positie. Dat maakt het moeilijk om inzicht te krijgen in de communis opinio per periode. De posities in het huidige Darwin-debat zijn eveneens lastig te herkennen. Waar moeten we bijv. de ‘theïstisch evolutionist’ plaatsen, die raakvlakken met vrijwel alle types heeft, evenwel zonder met een daarvan volledig samen te vallen? Leeuwenburgh is zich van dit dilemma bewust en trekt hier een parallel met het biologische soortbegrip. Ook bij ‘soorten’ gaat het zijns inziens niet om eeuwige essentie maar om een “poging tot pragmatische classificatie”. Die classificatie is inderdaad noodzakelijk om de debaters een context mee te geven. Een feitelijk oordeel van een persoon krijgt immers pas betekenis als we inzicht hebben in het intellectuele spanningsveld van zijn tijd. De voordelen lijken hier dus op te wegen tegen de nadelen.

Al met al is Darwin in Domineesland een aanrader voor wie in dit Darwin-jaar nog niet is uitgevierd of -geërgerd. Het boek is vlot geschreven, bevat talloze kostelijke citaten (al moeten we voor de bron daarvan bij het proefschrift te rade) en biedt ook de niet-ingevoerde lezer nuttige achtergronden over de evolutietheorie en het toenmalige wetenschappelijke en religieuze klimaat. Mogelijk kunnen we zelfs nog iets leren van de genuanceerde en luisterende houding die Nederlandse geleerden in de eerste periode aannamen. Wie daartoe bereid is, kan nog iets nieuws inbrengen in het Darwin-debat dat zich al 150 jaar voortsleept.

Donwload de recensie (pdf)

N.a.v. Bart Leeuwenburgh, Darwin in domineesland (Rotterdam: Uitgeverij Vantilt, 2009, 303 blz., €19,95).

Jaargang 21 (2010) No 1 – themanummer Linguistic Turn