Recensie: Kennedy, Stad op een berg, de publieke rol van protestantse kerken

Wat is de publieke rol van de kerk en waarom zou de kerk een publieke rol vervullen? Belangrijke vragen, kwesties die het bestaan van de kerk raken. Vragen die niet altijd gesteld worden, omdat de kerk vaak als een gegeven wordt gezien dat geen uitleg of verantwoording behoeft. James Kennedy, hoogleraar Nederlandse Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam gaat in zijn nieuwste boek op deze vragen in. Als historicus, door te laten zien dat de publieke rol van protestantse kerken in Nederland sterk aan verandering onderhevig is en bovendien andere kenmerken vertoont dan bijvoorbeeld in Amerika of continentaal Europa. Maar ook als gelovige, door zijn boek af te sluiten met een vurig pleidooi om als kerk een ‘contrasterende gemeenschap’ te vormen. Kennedy beschrijft dit alles met milde pen. Hij heeft oog voor de nuance, beschrijft de voordelen van liberaalprotestantse standpunten enerzijds en orthodoxe standpunten anderzijds. Wie een goed boek wil schrijven over het Nederlands protestantisme moet kennis hebben van de verschillende schakeringen. Dat inzicht bezit de auteur.

Bron Transparant

Bron Transparant

In het boek van Kennedy is civil society een cruciaal begrip. Hij betoogt dat de publieke rol van de kerk sinds 1848 steeds minder bepaald werd door de verhouding met de staat, maar te midden van de andere verenigingen binnen de civil society (p.15). Dit begrip wordt niet expliciet gedefinieerd. Het wijst op de positie van de kerk temidden van allerlei andere vrijwilligersorganisaties. Toch geeft Kennedy aan dat de kerk niet zomaar in de civil society past. Allereerst omdat er kerken zijn die zich meer gedragen als een sekte, en het isolement van de eigen groepering verkiezen boven het contact met anderen. Ook het gereformeerde leerstuk van de kinderdoop, waarmee een bepaalde groep al van geboorte af aan in de kerk is opgenomen en anderen niet, onderscheidt de kerk van andere verenigingen (p.29). Het is Kennedy’s overtuiging dat Nederlandse kerken meer worstelen met hun publieke rol dan bijvoorbeeld de christenen in Duitsland. Kerken worden daar nog steeds gesubsidieerd door de overheid. Daartegenover staan de Verenigde Staten, waarin de kerk heel actief is op lokaal niveau en tegelijkertijd de staat afstand houdt van de kerk. Kennedy schetst een Nederlandse tussenweg, waarin de kerk vooral van belang is voor de eigen, actieve leden. Die theorie wordt gesteund door de waarneming dat er in Nederland relatief weinig mensen lid zijn van de kerk, maar betrekkelijk veel kerkgang is.

Centraal in het boek van Kennedy staan de vier rollen die de protestantse kerken in de afgelopen 150 jaar hebben vervuld. Hij onderscheidt (1) de rol van een organisch en vanzelfsprekend onderdeel van de openbare orde; (2) de rol van unieke geestelijke gemeenschap, die als zuurdesem zorgt voor morele en geestelijke verheffing van de samenleving; (3) de rol van profetisch criticus van staat en samenleving; (4) de rol van de kerk als bron van sociaal kapitaal. Het is een ontwikkeling die de kerk verder van de staat brengt en dichter bij de staat.

Als de kerk een publieke rol wil spelen, is het natuurlijk de vraag wie de samenleving vormt waar de kerk zich op moet richten. De definitie door de kerk van ‘de samenleving’ is in de laatste 100 jaar gewijzigd, geeft Kennedy aan. De eerste helft van de twintigste eeuw kende het Nederlands protestantisme een sterke gerichtheid op de natie, op het Nederlandse volk. Het was in deze periode goed vol te houden dat de Hervormde Kerk in het centrum van de Nederlandse samenleving stond. De crisis in de jaren dertig en de ontwrichtende gevolgen van de Tweede Wereldoorlog leverden een duidelijke nationale agenda op voor de kerk. De ‘sociale kwestie’ kreeg veel prioriteit in beschouwingen over de relatie tussen kerk en samenleving. Kennedy beschrijft hoe in de jaren zestig het idee van de Hervormde Kerk als volkskerk steeds meer onder druk kwam te staan en beschreven werd als een achterhaald ideaal. Dat was een sterk impuls om als kerk over de grenzen van de natie heen te kijken.

Toch was de inzet voor de wereldkerk van redelijk beperkte duur. De internationale actiebereidheid van de kerk nam sterk af in de jaren tachtig. Dat had te maken rnet binnenlandse ontwikkelingen. De neoliberale politieke koers in Nederland en de versterkte nadruk op de verantwoordelijkheid van de burger opende de kerk de ogen voor de groepen die buiten de boot vielen en niet profiteerden van economische vooruitgang. Dat zorgde voor een sterkere gerichtheid op het lokale. Deze trend is eigenlijk nog steeds gaande.

James Kennedy. Bron Wikipedia

James Kennedy. Bron Wikipedia

Kennedy besteedt een apart hoofdstuk aan orthodox-protestantse kerken. Hij is van mening dat deze kerken veel minder van publieke rol hebben gewisseld en de afgelopen 150 jaar een eigen rol hebben gespeeld. Orthodox-gereformeerden zien de kerk toch meer als een verzameling van gelijkgezinden, terwijl de verschillende verzuilde organisaties een brug naar de buitenwereld moeten staan. Orthodoxe kerken leren Kennedy dat aan de basis van de kerk een hechte gemeenschap staat.

Kennedy’s slotpleidooi bevat twee rode lijnen. Kerken moeten aanwezig en zichtbaar zijn. Tegelijkertijd moeten kerken prikkelen en mogen ze alternatieve standpunten innemen. Kerken hoeven niet bang te zijn voor het contrast. Het is verfrissend dat Kennedy daarmee de klassieke tegenstelling tussen geslotenheid en orthodoxie enerzijds en openheid en vnjzinnigheid anderzijds overstijgt. Wie van Kennedy een kant en klare handreiking voor het bestuur van de stad op een berg verwacht, komt echter bedrogen uit.

Het boek van Kennedy gaat over een relevant thema. Eén van de merkwaardige eigenschappen van deze tijd is dat veel Nederlanders een combinatie waren van geluk over hun eigen leven en frustratie over het gedrag van anderen. Mensen die regelmatig een kerk van binnen zien, zouden daar niet in moeten berusten en moeten laten zien dat het als gemeenschap ook anders kan. Dat krachtig appel gaat van het boek van Kennedy zeker uit.

Daar zou nog aan toegevoegd kunnen worden dat de actuele discussies over het bezuinigen van 18 miljard een forse kaalslag zullen betekenen in de door Kennedy geroernde ciuil society. Nog een extra reden voor kerken om actief te zijn en de burgers te ondersteunen die de door de overheid geprezen eigen verantwoordelijkheid niet kunnen nemen.

n.a.v. James Kennedy, Stad op een berg. De publieke rol van protestantse kerken (Zoetermeer; Boekencentrum 2010) 187 blz., €17,90, ISBN 978-90-239-2135-6

Jaargang 21 (2010) No 4 – afscheidsnummer Ton van der Schans