Recensie: Jan Siebelink, Knielen op een bed violen

Bron Transparant

Bron Transparant

De zoektocht naar God. Dat is het onderwerp van Jan Siebelinks roman Knielen op een bed violen waarin zijn vader centraal staat. ‘Het ging me vooral om het inzichtelijk maken van de fascinatie, van de verleiding die daarvan voor Hans uitging endie hem van zijn familie en het normale leven vervreemdde,’ aldus Siebelink in Transparant van juli 2005. Siebelinks poging om de Werdegang van zijn vader – Hans in de roman – weer te geven in al zijn grootsheid en met alle dilemma’s die er bij horen, is uitermate geslaagd. Het is niet voor niets dat Siebelink in 2005 de AKO-literatuurprijs ontving. Des te merkwaardiger is het dat Siebelink blijkbaar weinig moeite heeft gedaan de geloofsbeleving van de bevindelijk gereformeerden te bestuderen teneinde die in zijn roman te verwerken.

Siebelink heeft diverse brieven gehad van mensen die het Paauweaanse milieu gekend hebben en menen dat het in zijn weergave ervan aan juistheid schort. Toch beweert de schrijver dat hij in elk geval ‘alle preken’ van ds. J.P. Paauwe heeft gelezen.

Vanuit literair gezichtspunt valt Siebelink zeker geen verwijt te maken. Geen enkel. Literatuur is fictie, mag dat althans zijn en een schrijver hoeft geen verantwoording af te leggen over de mate waarin hij feit en fictie met elkaar vermengt. ‘Hij zelf voert de regie over zijn personages rond en nabij Velp,’ schrijft Beatrice de Graaf. En Siebelink stelt: ‘Ik wil niet pretenderen dat ik een historisch juist portret van dit soort calvinisten heb geschilderd.’ Knielen op een bed violen gaat over een algemeen-menselijke problematiek. Bovendien wilde de schrijver het boek waarschijnlijk ook uitgegeven hebben zoals hij het in één ruk schreef: ‘Het lag in mijn hoofd klaar om uitgepakt te worden. Technisch hoefde er niet meer veel aan veranderd te worden.’ Dat zal waar zijn, maar het was een kleine moeite geweest om iemand uit de gereformeerde gezindte het manuscript te laten lezen met de vraag: ‘Klopt de geloofsbeleving zo’n beetje?’ Slechts enkele tientallen fragmenten van de tekst zou Siebelink hebben moeten herschrijven en een vergelijkbaar aantal uitdrulikingen en citaten vervangen, om nog meer waardering geoogst te hebben. Althans bij dat deel van zijn lezers dat de bevindelijk-gereformeerde geloofsbeleving en de bijbehorende ‘mores’ kent.

Download het complete recensieartikel (Pdf)

Jaargang 17 (2006) No 1 – themanummer ‘Het Kwaad’