Recensie: De bekering en het sterven van Sara Louisa Hollebrands

Het is zeker niet te veel gezegd wanneer de initiatiefnemer voor de uitgave van deze bekeringsgeschiedenis, in zijn inleiding spreekt van een ‘verrassende inhoud’. De bekering en het sterven van Sara Louisa Hollebrands (1848-1864), beschreven vanaf blz.1 tot aan blz.78, zijn door haar vader naderhand opgetekend. We leren dus niet de beleving van haar bekering tot in detail kennen – wel weten we dat er hoogten en diepten in haar geloofsleven waren. De vrij frote overeenkomsten juist in die beleving, maken sommige stukken uit 19e-eeuwse (en ook latere) autobiografische bekeringsverhalen wat saai – althans voor wie weinig behoefte heeft aan een inkijkje in het geestelijk leven van anderen. Sara’s verhaal daarentegen is van begin tot eind boeiend. In haar bekering spelen dromen een bijzondere rol en natuurlijk ook haar niet benijdenswaardige situatie; zij is een ten dode opgeschreven tbc-lijdstertje.

Bron Transparant

Bron Transparant

In feite wordt hier de geschiedenis verteld van haar ziekte, zoals zij die droeg in Godsvertrouwen en omringd door een bonte verzameling mensen. Daaronder bevinden zich natuurlijk haar ouders en broers, maar ook de Middelburgse predikanten en vele vrome en minder vrome bezoeksters en bezoekers. Sara bemoedigt de een en bestraft de ander, met een wijs inzicht dat door lijden en omgang met de Heer gelouterd is. Opzienbarend is Sara’s aankondiging dat zij haar 15e verjaardag, de 8e februari 1863, in de hemel zal vieren met haar Vader. Een vijftigtal mensen zijn er getuige van hoe zij echter niet sterft, maar enkele uren lang ‘in de geest daarboven’ vertoeft. Terwijl ze tot aan het middel reeds koud was geworden en geen polsslag te voelen was, sloeg ze de ogen op en begon zich op te richten. “Zij liet haar armen op en neer gaan, alsof zij met een hemels gezang meedeed”, aldus haar vader. Na deze ervaring leeft Sara nog bijna een jaar. Ze sterft tenslotte in haar slaap, zonder dat iemand het merkt. Op haar geschiedenis volgt dan nog een korte schets (11 blz.) van de familie Holle-brands, die later voor het grootste deel naar Noord-Amerika emigreert. Tenslotte laat Van de Bank nog elf bladzijden volgen waarin hij het kerkelijk Middelburg van de 19e eeuw beschrijft. Ik heb slechts een bedenking bij deze boeiende uitgave. Wanneer Van de Bank in een noot op blz. 58 het heeft over de zeer liberale hervormde predikant E.J.W. Koch, gaat hij er blijkbaar van uit dat de mensen die bij Koch in de kerk kwamen, ook ‘liberale hervormden’ waren. Dat lijkt mij volledig onterecht. Voorganger en gemeente sporen lang niet altijd bij elkaar – zeker in de 19e eeuw moeten velen die min of meer orthodox gevoelden zich liberale prediking hebben laten welgevallen. Het is trouwens op zich al onzinnig om gelovigen in te delen in vakjes die ontleend zijn aan de ligging van een predikant of aan een richting in kerkelijk veelstromenland. Het is volgens mij een vooral 20e-eeuwse, vrij algemeen voorkomende gedachtenkronkel en ik denk dat het verhaal van Sara Louisa’s omgang met mensen uit allerhande kringen een sterk relativerende werking op dit soort ideeën moet hebben. Alleen daarom al warm aanbevolen!

Download de complete recensie (pdf)

n.a.v. M. Hollebrands, De bekering en het sterven van Sara Louisa Hollebrands. Met inleiding en toelichting door dr. J.H. van de Bank (Houten: Den Hertog, 1997) 104 blz., prijs fl. 17,50.

Jaargang 09 (1998) No 2