Prof.dr. R. in’t Veld over Puchinger: Conservering van het goede

In het kantoor van de Vereniging Landelijke Organen Beroepsonderwijs (COLO) in Zoetermeer, waar Roel in ’t Veld bestuursvoorzitter is, vindt het interview met deze oude vriend van George Puchinger plaats. Een medewerker vraagt ons nog een beetje geduld te hebben. ‘Hij zit op het moment nog even bij de minister, maar komt er zo aan.’ Een paar minuten later komt de grote gestalte van In ’t Veld de kamer hinnen. Als hij hoort dat het om een gesprek over zijn relatie en waardering van George Puchinger gaat, licht zijn gezicht op.

Hij hoeft niet lang na te denken. Hun relatie ontstond gedurende het academische jaar 1976-1977, toen beide een ‘sabbatical’ op het NIAS-instituut in Wassenaar doorbrachten. ‘Ik had nog nooit van Puchinger gehoord, maar het klikte al snel. Sommige aanwezige wetenschappers waren niet voorbereid op dat jaar van nietsdoen en konden de confrontatie met zichzelf niet aan. Zo niet Puchinger. Die voelde zich er zeer snel thuis. Hij had een kamer in een bijgebouwtje, 75 meter van het hoofdgebouw verwijderd. Die afstand overbrugde hij altijd op de fiets. Samen met andere wetenschappers speelde ik na de lunch vaak volleybal. Dat vond Puchinger helemaal niets.’

Op de vraag wat voor raakvlakken. In ’t Veld met Puchinger had, ook op geestelijk gebied, schudt hij het hoofd: ‘We waren volstrekte antipoden. Mijn eigen achtergrond was ook geheel anders. Ik heb vroeger wel catechisatie gevolgd bij dominee Smits in Den Haag die mij bijzonder boeide. Maar toen Smits de lijfelijke opstanding nonchalant afdeed met de woorden ‘geef mijn portie maar aan Fikkie’ en hem het recht tot preken ontzegd werd, is het er bij mij ook niet meer van gekomen. Puchinger daarentegen fascineerde mij door zijn verankering in de gereformeerde traditie en zijn principiële opvattingen.’

‘Voor mij kwam hij uit een wereld waar ik nog nooit kennis mee gemaakt had. Zijn anderszijn lag voor mij vooral in zijn waardenpatroon, dat in de kern op conservering gezicht was. Behoudzuchtig is te negatief uitgedrukt. Schrijf maar ‘conservering van het goede’, daar ging het Puchinger om. Verder vond ik zijn existentiële opstandigheid heel pittig, Hij keerde zich tegen alles wat zich gevestigd had, maar de gewekte verwachtingen niet inloste.’

Fellows

In’t Veld herinnert zich dat hij vooral onder de indruk was van Puchingers brede blik: ‘Dat encyclopedische van hem, zijn brede belangstelling en uitgebreide bibliotheek vond ik buitengewoon aantrekkelijk. Het grappige is dat die brede visie, die bij Puchinger niet alleen in een stortvloed van artikelen, maar vooral in het persoonlijke gesprek tot uitdrukking kwam, veel meer in Groot-Brittannië erkend werd dan in Nederland. Het gesprek tussen leermeester en student, de onderlinge collegialiteit van de fellows die aan de Britse colleges in hoog aanzien stonden, pasten perfect bij Puchingers eigen stijl. Hij was fellow van onder andere Pembroke College in Oxford. In dergelijke instituten, die het midden houden tussen klooster, bibliotheek en theater, voelde hij zich misschien wel het meeste thuis. Daar kon hij zijn eigen ruimte van studie en toehoorders creëren.’ Met Puchinger heeft In’t Veld ook talrijke ‘discussies’ gevoerd.

Download het complete artikel (pdf)

Jaargang 12 (2001) No 3 – themanummer Puchinger