Prinsgezind en Patriot in Veenendaal

De vrijheidsboom, teken van de Franse Revolutie. Op de afbeelding de boom in 1795 in Amsterdam. Beeld Geheugen van Nederland

De vrijheidsboom, teken van de Franse Revolutie. Op de afbeelding de boom in 1795 in Amsterdam. Beeld Geheugen van Nederland

In 1949 vierde Veenendaal op grootse wijze haar 400-jarig bestaan; in 1995 herdacht men op betrekkelijk bescheiden manier dat de gemeente 200 jaar bestond. Was in 1949 een historische blunder van formaat begaan? Of wilde men in 1995 gewoon een feestje? Het één noch het ander. Veenendaal als gemeenschap bestaat inderdaad vanaf ca. 1549 (beter: 1546), maar Veenendaal als zelfstandige gemeente ontstond in 1795, uit de collaboratie van Veense Patriotten onder de bezielende leiding van de plaatselijke, Gereformeerde schoolmeester Wulphert van Ginkel met de zetbazen van de Fransen in Utrecht, de (Provisionele) Representanten ’s Lands van Utrecht.

Deze formulering zou zo uit de ganzeveer van een 18e-eeuwse Rhenenaar gevloeid kunnen zijn, want het was de stad Rhenen waarvan Veenendaal zich losmaakte. Willen we de vrijheidslievende Veense Patriotten geloven, dan is het vooral aan de Rhenense onderdrukkers zelf te wijten dat Veenendaal zich van het Rhenense juk bevrijdde.

Bestuurlijke situatie van Veenendaal vóór 1795

Veenendaal is ontstaan als een veenkolonie. Het gebied waar later het dorp ontstond, werd aangeduid als de Rhenense (Stichtse) en Gelderse Venen. De belangrijkste toegangsroute was de Grift, die vanaf de Rijn bij Rhenen om de Grebbeberg heen stroomde en het veengebied ontsloot. Deze Grift vormde tevens de grens tussen het Sticht en Gelre.

Toen in 1543 Gelre, als laatste gewest, door Karel V was onderworpen, werd het mogelijk het veenpakket te gaan exploiteren. Het eerste octrooi daarvoor werd in 1546 verleend aan een aantal Utrechtse ondememers. Spoedig volgden er anderen, waaronder de Antwerpse groot-industrieel Gilbert van Schoonbeke.

Economisch gezien vormden de Rhenense en Gelderse venen één geheel. Het plaatselijke College van Veenraden zorgde voor alles wat met de waterhuishouding in dit gebied te maken had, was verantwoordelijk voor het beheer van de Grift, de Markt en de kerk en regelde de afvoer van de turf. Sinds 1566 was er voor dit gebied ook één kerkgebouw aanwezig, gebouwd op een zandheuvel (de huidige Oude Kerk op de Markt). Deze was eigendom van de veenraden.

Bestuurlijk waren er echter twee Veenendalen: Stichts Veenendaal en Gelders Veenendaal. Het eerste viel onder de jurisdictie van Rhenen, het tweede onder Ede. Voor de handhaving van de openbare orde gaf dat nogal eens problemen, want raddraaiers uit Stichts Veenendaal waren vijf meter verder, in Gelders Veenendaal, (voorlopig) weer veilig.

In 1795 telde Stichts Veenendaal zo’n kleine 2000 zielen en Gelders Veenendaal ca. 1000. Daarvan behoorde ruim 90% tot de Gereformeerden; Rooms-katholieken en Joden vormden elk ca. 3% van de bevolking, terwijl 1 à 2 gezinnen tot de Mennonieten behoorde.
Veense patriotten vóór 1795

Omdat het archief van de gemeente Veenendaal pas begint in 1795, als Stichts Veenendaal zelfstandig geworden is, zijn er weinig gegevens over acties van Veense Patriotten voor dat jaar. In latere stukken wordt daar incidenteel wel iets over meegedeeld, maar het blijft bij fragmenten. Zo blijkt dat ten minste één Veenendaler, Hendrik van Ravenswaaij, dienst gedaan heeft in het Patriottenlegertje de Geldersche Brigade. Na de nederlaag van de Patriotten in 1787 vluchtte hij met vele anderen naar Frankrijk. In 1796 keerde hij met vrouw en vier kinderen terug naar Veenendaal, waar hij door het toenmalig Patriotse bewind als een held werd begroet. Een andere mededeling heeft betrekking op de mennonitische chirurgijn van Veenendaal, Jacobus Anbeek. Zijn gezin en woning moesten het in 1787 ontgelden van het Oranjegezinde volk, zodat hij tijdelijk een goed heenkomen zocht in Haarlem.

De overgrote meerderheid van de Veenendalers behoorde tot de Prinsgezinden. Overigens lijken de tegenstellingen tussen de beide partijen niet erg fel geweest te zijn. Hoewel bijvoorbeeld schoolmeester Wulphert van Ginkel een uitgesproken Patriot was, stuurden de Veenendalers toch hun kinderen gewoon bij hem naar school. Weliswaar hadden ze geen andere keus, maar men waardeerde ook zijn onderwijskundige bekwaamheden.

De rol van de Veense Patriotten in 1795

Voordat in 1795 de nieuwe revolutionaire besturen goed en wel geïnstalleerd waren, nam een aantal Veense Patriotten het initiatief tot een actie die moest leiden tot de instelling van een zelfstaudig Stichts Veenendaal. Men wenste niet langer onder het gezag van Rhenen te staan. Op 26 juni van dat jaar besliste het nieuwe provinciale bestuur positief op hun verzoek en up 30 juni kreeg Stichts Veenendaal haar eerste eigen bestuur. Eén van de drijvende krachten achter dit streven naar zelfstandigheid was Wulphert van Ginkel.

Op initiatief van ingekwartierde Franse officieren richtten de Veense Patriotten op 10 februari 1795 op de Markt een vrijheidsboom op. Deze daad van ‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’ werd opgeluisterd met “een keurig Musica” en met het nuttigen van 18 flessen wijn à 7 stuivers per stuk. Bij hun streven naar zelfstandigheid – waar Rhenen zich uiteraard fel tegen verzette – wisten de Veense Patriotten goed gebruik te maken van propaganda.

Download het complete artikel (pdf)

Jaargang 07 (1996) No 4