Ongewone mensen, enkele psychologische achtergronden van het verzet 1940-1945

Welke psychische kenmerken hadden de mensen die in de Tweede Wereldoorlog in het verzet actief waren? Floris B. Bakels, bekend als auteur van onder andere Nacht und Nebel en Wachter op de morgen, gaat in dit artikel op zoek naar het antwoord. Door zijn onderwerp nauwkeurig te omschrijven en verzetsmensen te volgen. In hun verzetsdaden en hun verzet tijdens hun gevangenschap en in de naoorlogse periode, komt de schrijver tot een verrassende parallel tussen de instelling van verzetsmensen en de moeiten van overlevenden van de kampen.

Het verzet

Onder het verzet versta ik alle acties, in welke vorm ook, die tegen de bezettende macht in Nederland en de nationaal-socialistische ideologie zijn ondernomen. Ik beperk mij daarbij tot het actieve verzet en laat dus anti-Duits gedrag zoals het beluisteren van de BBC en Radio Oranje en het verbergen van fietsen, bootjes, radio’s en koperen voorwerpen buiten beschouwing.

Naar ruwe schatting hebben tot september 1944, de Slag bij Arnhem, ongeveer 25.000 mannen en vrouwen deel genomen aan het actieve verzet en daarna nog eens 20.000. In totaal waren dus ongeveer 45.000 mensen bij het verzet betrokken, dat wil zeggen 0.6 procent van de in aanmerking komende bevolking. Het is verstandig dit te bedenken als wij op de 4de mei onder andere de 10.000 verzetsmensen herdenken die voor onze vrijheid, de gerechtigheid en de menselijke waardigheid hun leven hebben gelaten. Bovendien is er, naast herdenking in ontzag en dankbaarheid, ook reden tot schaamte: er waren ruim tweemaal zoveel landverraderlijke elementen onder het Nederlandse volk als verzetsmensen. De overgrote meerderheid was anti-Duits maar wachtte af en probeerde de oorlog zonder al teveel kleerscheuren door te komen.

Soorten verzet

Men kan de vele vormen van verzet natuurlijk niet over één kam scheren. Allereerst moet men onderscheid maken tussen verzet dat rechtstreeks afbreuk deed aan de vijand, en verzet dat vooral gericht was op hulp aan en ondersteuning van de bezette bevolking, materieel maar vooral moreel: respectievelijk paramilitair en humanitair verzet.

De doeltreffendste vorm van paramilitair verzet was stellig de spionage. Sabotage was tenminste even levensgevaarlijk maar, wegens de represailles van de vijand, minder verantwoord, ook minder doeltreffend. Voorts werden er gewelddadige overvallen op gevangenissen, distributiekantoren, depots en dergelijke gepleegd. Dit soort paramilitair verzet werd in toenemende mate door de geallieerde oorlogvoering in Londen gesteund, onder andere via wapendroppings. Het ten hemel schreiende Englandspiel laat ik hier buiten beschouwing.

Ongeveer driekwart van de verzetsdeelnemers is bij het humanitaire verzet betrokken geweest. Men moet hier onder andere denken aan alle kerkelijke verzet, het studentenverzet, Medisch Contact, illegale pers, het kunstenaarsverzet, hulp aan joden en onderduikers, stakingen, vervalsingscentrales en financiering van de verzetsactiviteiten.

Het moge duidelijk zijn dat en waarom de één zich geroepen voelde tot het opblazen van een munitietrein, de ander tot het voorlezen van een kanselboodschap, een derde tot het verbergen van joodse landgenoten, een vierde tot het vervalsen van Duitse documenten, Ausweise en stempels, een vijfde tot het inlichtingenwerk vaak gepaard met zendactiviteit, een zesde tot het redigeren van een illegale krant.

De achtergronden, bekwaamheden en zelfs motivatie konden ten zeerste verschillen. Men handelde naar zijn aard, maar het kon zijn dat iemand wie humanitair verzet op het lijf geschreven was, aldoende tevens verzeild raakte in paramilitair verzet, met alle gevaren van dien. Soms kwamen mensen tegen hun aard in tot gewelddadig verzet, waarover ze later wroeging kregen.

Soorten verzetsdeelnemers

Er is, terecht, al vaak op gewezen dat ‘het verzet’ een getrouwe afspiegeling is geweest van ons gehele volk. Uit de aard der zaak telde het verzet meer mannen dan vrouwen en meer jongeren dan bejaarden – de gemiddelde leeftijd was 26 – maar verder maatschappelijk zowel hoog- als laaggeplaatsten, rijken en armen, slecht en goed opgeleiden, en uit alle landstreken. Maar misschien mag ik toch bepaalde groepen eruit lichten omdat zij oververtegenwoordigd waren: beroeps- en reserve-officieren, (vooral Leidse en Delftse) studenten, protestants-christelijken vooral van de gereformeerde richtingen, artsen, kunstenaars en, laat ons dat niet vergeten, communisten. Wie een uitgesproken levensovertuiging had, politiek dan wel religieus, voelde zich dikwijls tot verzet verplicht.

Helaas moeten in deze opsomming ontbreken – natuurlijk behoudens uitzonderingen – de rechterlijke macht en de politiemacht, terwijl ook een vrij groot gedeelte van het ambtenarencorps schuldig is geweest aan teveel samenwerking met de vijand.

 

Download het complete artikel (pdf)

Jaargang 06 (1995) No 2 – themanummer Nederland bezet