Nederlandse belangenbehartiging voor Israël tijdens de Koude Oorlog 1967-1991

Tijdens de Koude Oorlog behartigde Nederland de belangen voor Israël in de Sovjet-Unie. ln dit artikel wordt ingegaan op de plaats van die belangenbehartiging binnen het Nederlandse Oost-Europabeleid ten tijde van de Koude Oorlog. Waar kwam die taak in de praktijk op neer? En welke invloed hadden actiegroepen en steuncomités op de belangenbehartiging en het Oost-Europabeleid? Aan de hand van materiaal uit de archieven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken zal gepoogd worden nieuw licht te werpen op deze thematiek. Van de Zesdaagse Oorlog in 1967 tot de desintegratie van de Sovjet-Unie in 1991 keerden een kleine zeshonderdduizend joodse sovjetburgers hun vaderland de rug toe om hun geluk te beproeven in het beloofde land.

Voor een betrekkelijk klein gedeelte van deze groep was dit Israël voor een veel grotere groep de Verenigde Staten. Deze emigratiestroom, soms slechts een aarzelend opwellend beekje, soms een aanzwellende golf, vormde een wezenlijk bestanddeel van de Koude Oorlog.

De emigratie van joden

De autoriteiten in het Kremlin hanteerden de emigratie van joden als middel om de publieke opinie in het Westen te bespelen. Om te emigreren had een sovjetburger immers toestemming nodig, die over het algemeen werd geweigerd. Maar wanneer het Moskou politiek beter uitkwam, kon de emigratiestroom plotseling in omvang toenemen. Begin jaren zeventig, bijvoorbeeld, diende de emigratie om het publiek in de Verenigde Staten, maar ook in andere landen, rijp te maken voor détente en vreedzame coëxistentie. Niet toevallig steeg het aantal uitreisvisa toen president Nixon het tegenwoordig weer actuele ABM-Verdrag door het Congres, dat grote argwaan koesterde tegen dit verdrag, moest zien te loodsen. En ten tijde van Gorbatsjov, eind jaren tachtig, nam de joodse emigratie opnieuw een grote vlucht.Voor een belangrijk deel valt deze toename te verklaren uit zijn wens een adempauze in te lassen in de Koude Oorlog. Op hun beurt gebruikten de Amerikanen de behoefte te emigreren eveneens voor politieke doelen: in een amendement op het Amerikaans-Russische handelsverdrag van 1974 legde het Amerikaanse Congres een directe band tussen verruiming van de handelsstromen waaraan de Russen grote behoefte hadden, en versoepeling van het sovjetemigratiebeleid.

Film over de Zesdaagse Oorlog (1967)

In dit steekspel tussen de grote mogendheden nam Nederland een bijzondere plaats in. Het behartigde immers sinds 1967 de belangen van Israël, zodat de zorg voor de afhandeling van de uitreisvisa onder zijn verantwoordelijkheid viel. In het verlengde daarvan ondernam Nederland ook in een aantal gevallen diplomatieke stappen ten behoeve van de zogeheten refuseniks, joden wier verzoek te mogen emigreren was geweigerd. Dit aantal zou in de loop der jaren oplopen tot zo’n elfduizend.

Toen het Israëlische verzoek de belangen in Moskou te behaftigen, Den Haag medio juni 1967 bereikte, stemde de regering zonder meet in, al gaf de toenmalige verantwoordelijke ambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken later toe, dat hij als hij geweten had dat het 24 jaar zou duren, hij minder snel ‘ja’ gezegd zou hebben. Maar in 1967 viel dit uiteraard niet te voorzien. Bovendien behoorde het tot de goede diplomatieke zede om een dergelijk verzoek niet af te wijzen.

Personalia

Floribert Baudet is verbonden aan de aldeling Politieke Geschiedenis van de Universiteit Utrecht.
Hij promoveerde onlangs aan diezelfde universiteit op ‘Het heeft onze aandacht’. Nederland en de rechten van de mens in Oost-Europa en Joegoslavië, 1972-1989 (Boom; Amsterdam 2001).

Download het complete artikel (Pdf)

Jaargang 12 (2001) No 4 – themanummer Sovjet-Unie