Misdaad tegen God, Pax Christi en de oorlog in Vietnam 1965-1973

Het is een bijzondere foto uit de Nederlandse politieke geschiedenis: KVP-er en oud-minister Marga Klompé aan de zijde van CPN-kamerlid Marcus Bakker, samen aan het hoofd van een massale demonstratie door de straten van Utrecht.

Marga Klompé. Bron Wikimedia

Marga Klompé. Bron Wikimedia

Aanleiding voor dit uniek samenzijn op een koude zaterdag in januari 1973 waren de Amerikaanse bombardementen op Noord-Vietnam tijdens de kerstdagen, nadat onderhandelingen tussen de strijdende partijen opnieuw waren mislukt. Dit keer was Nixon in de ogen van veel Nederlanders te ver gegaan. De Amerikaanse ambassade werd overspoeld door brieven, telegrammen en petities, hulpakties kwamen spontaan op gang en alle Nederlandse kranten spraken scliande van de bombardementen. Zelfs de Nederlandse regering, die de Amerikanen in hun strijd in Vietnam tot dan toe trouw was gebleven, diende een protest in bij naar Amerikaanse bondgenoot.

Zoals andere politieke kopstukken hield ook Marga Klompé een toespraak. Dat deed zij op uitgenodiging van de Nederlandse afdeling van de internationale katholieke vredesorganisatie Pax Christi. Het was de eerste keer dat Pax Christi Nederland (en de confessionele partijen de KVP en de ARP) een demonstratie tegen de Vietnam-oorlog openlijk steunde. Jan ter Laak, toendertijd adjunct-secretaris, herinnert zich hoe zorgvuldig de inhoud van de toespraak werd vastgesteld. ‘Omdat Klompé niet geassocieerd wilde worden met links’, vertelt hij, ‘begon ze bewust met met de woorden ‘De Paus zegt’, ondanks onze verwachting dat luid boegeroep zou volgen.’ Die verwachting kwam uit, maar daar trok Klompé zich weinig van aan. Onverstoord vervolgde ze haar toespraak met de opmerking dat oorlogsgeweld niet eenzijdig was en alle geweld veroordeeld moest worden. Onder begeleiding van een oorverdovend ‘Nixon moordenaar!’ voegde zij hier stellig aan toe dat ‘niemand van ons precies weet wat er achter de schermen en aan de conferentietafel gebeurt’. Alleen haar oordeel over de hervatting van de bombardementen werd met gejuich ontvangen. ‘Dit is de eerste keer in mijn leven dat ik in een demonstratie de straat ben opgegaan. Ik vond het nu nodig’, riep ze de menigte toe.

De commotie naar aanleiding van de toespraak van Klompé is ongetwijfeld van invloed geweest op de beeldvorming van de houding van Pax Christi ten aanzien van de Vietnam-oorlog. In literatuur over de Nederlandse Vietnambeweging, waarin de aandacht primair uitgaat naar (geseculariseerde) radicalere verzetsacties, is althans nauwelijks aandacht voor de christelijke vredesbeweging of is haar houding afgedaan als ‘aarzelend’. Deze typering is echter wat gemakkelijk als je de geschiedenis van Pax Christi wat beter bekijkt. Vooral in de jaren zestig ondervond de vredesbeweging in haar houding ten aanzien van de Vietnam-oorlog veel tegenstand uit de katholieke kerk en de politiek. Pas in de loop van de jaren zeventig wist ze zich hiervan te bevrijden. De toespraak van Klompé lag dan ook eigenlijk niet in de lijn van de kritische koers die de christelijke vredesbeweging inmiddels was ingeslagen.

Soldaten van Christus

De Vietnambeweging wordt gezien als een van de belangrijkste protestbewegingen in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog. ‘Het protest verwoordde de frustraties en het onbehagen over de Westerse cultuur die met gebruikmaking van zalvende woorden en rationele betogen een geheel volk trachtte terug te bombarderen naar het stenen tijdperk’, zo schrijft socioloog H. Beerends treffend. Bijzonder aan de oorlog in Vietnam is dat hij samenviel en niet losgezien kan worden van ‘de jaren zestig’, het tijdperk waarin de Nederlandse samenleving werd gekenmerkt door ingrijpende veranderingen. Twijfel over het dogmatische Koude Oorlogsdenken, onvrede over de onrechtvaardige internationale scheidslijn tussen Noord en Zuid, opstand tegen de gezagsverhoudingen; allemaal facetten die nadrukkelijk horen bij deze jaren en samenkomen in het verzet tegen de Vietnam-oorlog. Hoewel de protestbeweging over het algemeen een kleine minderheid vertegenwoordigde, vond zij geleidelijk veel weerklank in de media en in het parlement. En vanaf eind 1972, zoals gezegd, zelfs in de Nederlandse regering. Ongetwijfeld hebben de confronterende dagelijkse reportages op de televisie de omvang van het verzet verhoogd: Vietnam was de eerste living room war.

Marcus Bakker. Bron Wikimedia

Marcus Bakker. Bron Wikimedia

Ook voor de internationale katholieke vredesbeweging Pax Christi was de Vietnam-oorlog vanzelfsprekend een belangrijk thema. ‘De escalerende oorlog in Vietnam zou een onderwerp worden waar Pax Christi zich, wat concrete geladen politiekgeladen standpunten betrof, zich naar hartelust kon oefenen’, meent de Belgische historicus Luc Vandewijer. Aanvankelijk beschouwde Pax Christi zichzelf echter helemaal niet als pressiegroep. In de jaren vijftig had de beweging, die is opgericht in 1945, nog een sterk ‘spiritualistisch karakter’. Ze was erop gericht (individuele) mensen een spiritueel vredesbewustzijn bij te brengen, zonder ze in een bepaalde politieke richting te willen duwen. In het begin van de jaren zestig kwam verandering in deze opstelling. Onder invloed van het veranderende culturele, politieke en theologische klimaat, dat natuurlijk met name tot uiting kwam in ontzuiling en verregaande secularising, begon Pax Christi zich steeds meer te richten op het concrete wereldlijke aspect van de vrede. Een tweetal gebeurtenissen zou van belang zijn geweest voor de ontwikkeling van Pax Christi tot politieke pressiegroep. Hierin speelde de Nederlandse afdeling van Pax Christi een sturende rol.

Personalia Rimko van der Maar

Drs. R. van der Maar (1973) studeerde Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en is daaraan verbonden als aio.

Download het complete artikel (Pdf)

Jaargang 13 (2002) No 4