Ligt in het verleden nog het heden? Een kleine cultuurgeschiedenis

De vraag of de geschiedenis nut heeft, is van alle tijden. In onze tijd is het meest gegeven antwoord op deze vraag dat geschiedenis tot verheldering van ons bestaan leidt. Door het verleden te kennen, krijgen we ook meer zicht op en kennis van onze eigen tijd en wereld. Dit is een zinnige redenering waarover nog veel meer te zeggen valt. Omdat dit al talloos vele malen gebeurd is, doen we het hier deze keer niet opnieuw.

In nagenoeg alle hedendaagse discussies over geschiedenis ontbreekt het bijvoeglijk naamwoord ‘vaderlandse’. Dit begrip dat in de negentiende eeuw geijkt werd, heeft dus geen lang leven gehad. In dit artikel wil ik nagaan waarom zoiets als een nationaal verleden en een nationale identiteit voorgoed verleden tijd zijn. We hebben allemaal meer dan ooit onze eigen geschiedenis gekregen. Vooral het karakter van de moderne samenleving heeft dit veroorzaakt.

Beeld van de moderne samenleving: verwarring, chaos, richtingloosheid

De huidige samenleving in dit artikel volledig en adequaat beschrijven is haast ondoenlijk. Ook met begrippen als (post)modernisering, informatisering, vertechnisering, individualisering en secularisering – de lijst van typeringen van onze tijd is verre van volledig – valt het niet mee, de tijdgeest alomvattend te karakteriseren. Onze wereld is vooral onoverzichtelijk, onzeker en identiteitsloos. Door het wegvallen van de ideologieën met hun beloften hebben we moeite gekregen ons leven in te vullen. Alle vanzelfspre- kendheden zijn weg. De westerse wereld is een gigantische supermarkt geworden. We scharrelen elk op onze eigen manier ons levenskostje bij elkaar. Voor elk artikel dient een keuze gemaakt te worden. Ondanks, of misschien wel juist dankzij, een verpletterende vulkaan van keuzemogelijkheden ervaren we individuele onmacht. In plaats van orde is er wanorde en onoverzichtelijkheid. Juist deze wanorde is geen vrije keus geweest, maar blijkbaar een onvermijdelijk gevolg van de globalisering. In plaats van de maakbaarheid van de samenleving, en idealen voor de (her)inrichting ervan, zien we nu onstuurbaarheid en centrumloosheid. “Wanneer je een gemiddelde burger vraagt welke kant het met zijn leven opmoet, dan weet hij dat niet”. Een ravijn van zin- en betekenisloosheid grijnst ons aan. De moderne mens heeft Dostojewski’s uitspraak, namelijk dat als God niet bestaat, alles geoorloofd is, ter harte genomen; maar niet zijn profetie, namelijk, dat de mens die niet in God gelooft, zelf god dreigt te worden over zijn naaste en de wereld. Het falen van de mensgod in de twintigste eeuw wordt gesymboliseerd door Verdun, Auschwitz en de Goelag archipel. Maar de mens – ook de moderne – blijft zijn diepste levensvragen stellen. Want de mens wil de dreigende zinloosheid bezweren. Het zoeken naar bovennatuurlijke zingeving en het zich bezighouden met levensvraagstukken komt tot uitdrukking in de toenemende aandacht voor allerlei soorten religiositeit en het steven naar verschillende vormen van geborgenheid. Mede uit het succes van Jan Siebelinks Knielen op een bed violen valt af te leiden dat een fors deel van Nederland in oorlog leeft met zijn verleden. Met name door de immigratiegolf van de islam heeft de discussie over de publieke rol van religie in Nederland, een impuls gekregen. In de recente bundel beschouwingen getiteld Ongewenste goden buigen tal van auteurs zich over de vraag hoe het christendom in de seculiere democratie eruit zal zien. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Personalia
Drs. A.A. van der Schans is hoofdredacteur van Transparant en docent geschiedenis aan de Hogeschool Driestar-educatief in Gouda.

Download het complete artikel (Pdf)

Jaargang 18 (2007) No 1