Lessen uit het verleden? De geschiedenis in de discussie over Samen op Weg

De beoefenaars van het historisch bedrijf mogen zich momenteel in een grote publieke belangstelling verheugen. Het is nog niet zo lang geleden dat – om een paar voorbeelden te noemen – de Japanse keizer, de paus en onze eigen Wim Kok zich al dan niet namens hun volk(sdeel) excuseerden voor begane wandaden.

In het verleden hadden immers de Japanners, de Nederlanders en de kerk (let op het woordje de), zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden, aan een laakbare behandeling of bejegening van joodse overlevenden uit de vernietigingskampen, aan een schoffering van zwarten en gekoloniseerde volkeren.

Het kerkgebouw in Urmond van de protestantse gemeente Geleen-Beek-Urmond. Bron Wikipedia

Het kerkgebouw in Urmond van de protestantse gemeente Geleen-Beek-Urmond. Bron Wikipedia

De functie hiervan was om op de een of andere manier met het verleden in het reine te komen en plaatsvervangend schuld te belijden voor wat er in de laatste eeuwen fout was gegaan. De paus “betreurde” zelfs de fouten van tweeduizend jaar. Zonder elementaire kennis van de geschiedenis waren deze dagelijkse berichten in de media niet te begrijpen. Mede daarom putten de media zich uit in verklarende historische overzichten en toelichtingen. Elke dag viel er dienaangaande wel wat te genieten. Kortom, de krant, radio en tv gedroegen zich als schoolmeesters om het historisch besef een massale impuls te geven.

De mediacommotie over deze onderwerpen maakt de historicus die wars is van emotie-televisie, schuw. Voor het bezonken oordeel is veelal geen plaats. Immers, zijn de Fransen zo langzamerhand ook niet aan de beurt om onze excuses aan te bieden wegens de napoleontische bezetting? En de koning van Spanje heeft ook nog wel wat met ons goed te maken, dacht ik zo. Professor Wesseling heeft er op gewezen dat wijzelf ook dagwerk hebben met het maken van excuses. Aan de Belgen en de Generaliteitslanden die we onderdrukten, evenals aan miljoenen vrouwen die eenzelfde lot moesten ondergaan. Nee, naar mijn mening blijkt eilgeen toenemend historisch besef uit deze excuus-cultuur.

Er zijn meer meetpunten waaruit blijkt dat geschiedenis “in” is. De afgelopen jaren zijn er tientallen boeken, artikelen en overzichten over onze vaderlandse geschiedenis gepubliceerd. Als ik me niet vergis ligt het keerpunt voor een toenemende historisch belangstelling onder andere bij het verschijnen van de enquête van het Historisch Nieuwsblad onder Tweede-Kamerleden in 1996. De allerbelabberdste resultaten hiervan deden bij velen het verlangen naar een moderne cursus histonsche volksopvoeding toenemen.

Het verleden blijft ons blijkbaar bezig houden. Maar kunnen we van deze bezigheid ook lessen leren voor de toekomst? Op zijn minst is hier enige beargumenteerde aarzeling op zijn plaats. Dat wil ik duidelijk maken door stil te staan bij de manier waarop in de discussie over het Samen op Weg-proces met de geschiedenis omgegaan wordt. De meest pregnante vrg voor een aantal hervormden in deze discussie over de VPKN is: moeten we meegaan of weggaan? Het gaat me in deze discussierubriek niet om een bijbelse, theologische of persoonlijke geloofsafweging van deze fundamentele vraag. Ik wil vooral een denkwijze waarbij historische factoren een overheersende rol spelen, onder de loep nemen. Hoe verleidelijk is de vraag: wat zou Groen van Prinsterer gedaan hebben als hij voor de keuze gesteld werd: meegaan in de VPKN of niet? Ds. L.H. Oosten beroept zich in Bewaar uw kerk op Groen voor zijn standpunt om zich niet af te scheiden van de Nederlandse Hervormde Kerk. De geluiden die herinneren aan Doleantie en Afscheiding lijken voor hem het aller ergste wat maar te bedenken valt. In De bronnen getoetst. Vragen aan ds. L.H. Oosten komt ds. C.J.P. van der Bas op rond van historische argumenten tot tegenovergestelde conclusies als ds. Oosten. Beiden zijn de personificatie van een kamp. Eerder debatteerden ds. C. Blenk en professor Graafland over het kerkbegrip aan de hand van de vraag of het primaat in de Samen op Weg-discussie bij de landelijke kerk of de plaatselijke gemeente ligt. Wie heeft er gelijk?

Misschien is het verdienstelijk om eerst te wijzen op het veelal onhistorisch gebruik van een aantal begrippen. Niet zelden wordt het niet meegaan met de VPKN uitgelegd als een breken met de vaderlandse kerk, ook vaak de volkskerk genoemd. De kerk die sinds de Reformatie de nationale kerk was. Wanneer werd echter voor het eerst het begrip vaderlandse kerk of volkskerk gebruikt? Voor de negentiende eeuw kom ik het begrip niet tegen. Calvijn, W. a Brakel, of een andere (nadere) reformator gebruikt het begrip niet. Het spreken over de vaderlandse kerk dateert uit de negentiende eeuw. Het concept van deze eenheidsstaat werd geprojecteerd op de kerk.

Download het complete artikel (pdf)

Jaargang 11 (2000) No 2 – themanummer revisie van het Réveil?