Kuiper: VCH groeit uit tot een grote groep

De Vereniging van Christen-Historici is in betrekkelijk korte tijd uitgegroeid tot een grote groep. Bij de oprichting in 1989 telde de VCH enkele tientallen leden, inmiddels zijn er meer dan tweehonderd leden. En nog altijd melden zich wekelijks mensen aan. Deze belangstelling voor de VCH is wel begrijpelijk. In de gereformeerde gezindte is de belangstelling voor geschiedenis altijd betrekkelijk groot geweest.

Reeds de Bijbel leert ons dat we de geschiedenis moeten waarderen! Ook heeft de belangstelling voor geschiedenis zich (gelukkig) niet beperkt tot de kring van de professionele historici. Een deel van het ledenbestand van de VCH bestaat dan ook uit ‘liefhebbers’ en anderen die uit persoonlijke interesse het werk van de VCH willen volgen.

De VCH is een vereniging met een ideaal. De VCH wil niet alleen een platform zijn voor onderlinge contactoefening van christen-historici. Ook wil ze niet optreden als een vereniging met een eenzijdige belangstelling voor de historische nestgeur van de kring. Nee, ze wil de volle historie laten spreken, het hele geschiedgebeuren, het bonte leven van gelovigen en ongelovigen – en dat alles bij het licht van de Schrift. Is het een wonder dat vandaag zoveel gezegd en geschreven wordt over Godsverduistering? Is God niet reeds decennia en misschien al langer geëlimineerd uit het geschiedbeeld van de verlichte, moderne mens? Doet de moderne geschiedwetenschap niet alsof de economische, sociale, politieke processen mens en wereld regeren?

Het ideaal van de VCH is: pogen de zingevingsvragen de oorsprongs- en bestemmingsvragen van de mens weer bij het geschiedbedrijf te betrekken; pogen de geschiedenis te waarderen vanuit de eenheid van geloof en wetenschapsbeoefening. Het is een weg waar de sporen van menig ongeluk nog op te zien is. Maar is dat de reden deze moeilijke weg niet te bewandelen? Gelukkig herkennen velen zich in dit ideaal. Hier ligt een werkveld voor allen die zich in het VCH-verband willen inschakelen, voor de wetenschapper, de docent en de ‘liefhebber’. Hier ligt een program voor jaren. Een program dat zich in velerlei vorm laat uitwerken: via ons tijdschrift, via studiekringen, via studentencursussen, via ondersteuning van docenten in het voortgezet onderwijs, via een op te zetten boekenreeks, via lezingen en congressen, enz.

In het afgelopen jaar mochten verschillende activiteiten al wat meer vorm krijgen. Op zaterdag 27 april werd te Zwolle een eerste studieconferentie belegd, die als zeer geslaagd mag worden beschouwd. Verslagen hiervan werden opgenomen in het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad. Ook Bijbel en Wetenschap, het blad van de Evangelische Hogeschool, besteedde aandacht aan deze studieconferentie. Het is de bedoeling dat we ieder jaar een studieconferentie in het voorjaar zullen beleggen. Vanaf medio april tot medio mei is in samenwerking met het Christelijk Studiecentrum te Amsterdam gedurende vier avonden een studenten cursus gegeven, waaraan zo’n zevental geschiedenisstudenten uit de Randstad deelnam. Het nadenken over geloof en geschiedwetenschap werd door deze studenten als heel verrijkend ervaren. Ook aan dit werk willen we in de toekomst meer structuur gaan geven. Voorts wordt op het ogenblik hard gewerkt aan onze boekenreeks die volgend jaar bij uitgeverij Groen in Leiden zal gaan verschijnen. De onderwijscommissie heeft inmiddels heel wat werk verzet ter voorbereiding van activiteiten in het voortgezet onderwijs. Het is duidelijk dat het werk van de VCH een warm onthaal heeft gekregen bij geschiedenisdocenten in het voortgezet onderwijs. Een subsidieverzoek voor een project ‘intercultureel onderwijs’ is helaas door het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen afgewezen.

Download het complete artikel (pdf)

Jaargang 02 (1991) No 3