Koude Oorlog in de kerk: Nederlandse kerkelijke contacten met de DDR

Wat betekende de Koude Oorlog voor de kerken in Nederland? Aan de hand van de betrekkingen van de Nederlandse protestantse kerken met de DDR zal in dit artikel een antwoord op die vraag worden gezocht. Door taal, afstand en protestantse verwantschap was deze Oost-Westuitwisseling intensief. In mijn onlangs verschenen proefschrift, Over de Muur. De DDR, de Nederlandse kerken en de vredesbeweging, behandelde ik uitvoerig de ontwikkeling van de contacten en de reactie van het DDR-regime daarop. In dit artikel sta ik daarom vooral stil bij de theologische en politieke conceptualisering van het Oost-Westconflict binnen de kerken.

Een straat in Oost-Berlijn in 1985. Bron Wikimedia

Een straat in Oost-Berlijn in 1985. Bron Wikimedia

Op de puinhopen van het Derde Rijk bouwde de Nederlandse Hervormde Kerk als eerste kerk in Nederland de contacten met de Evangelische Kerk in Duitsland weer op. Een ‘Duitsland-commissie’ werd op pad gestuurd, die de nood bij de oosterburen inventariseerde. Ver- zoening, solidariteit en oecumenische hulp was het motto. De kloof die door het Derde Rijk tussen Duitsland en de rest van Europa was geslagen, moest door christelijke naastenliefde, verzoening en vergeving worden overbrugd. Er waren immers in Duitsland ook christenen geweest die zich tegen het nationaal-socialisme hadden verzet, in de Bekennende Kirche bijvoorbeeld. En na de oorlog, in oktober 1945, had de Evangelische Kerk in Duitsland een schuldbelijdenis uitgesproken over de misdaden van het nationaal-socialistisch bewind, en over haar bijdrage daaraan. Dat was een goed aanknopingspunt.

Samenwerking en solidariteit

Vervolgens ontwikkelde Hebe Kohlbrugge vanuit de Stichting Internationale Hulpverlening van het hervormde Werelddiakonaat een netwerk van betrekkingen met Duitsland. Tegelijkertijd stichtte Bé Ruys in West-Berlijn een Nederlandse Oecumenische Gemeente, die in 1954 officieel werd opgericht en waarvan zij predikante werd. Daarnaast waren er meer predikanten die zich vanuit Nederland voor de vele Duitse Heimatvertriebenen uit de voormalige Duitse gebiedsdelen in het Oosten en voor de vluchtelingen uit de DDR inzetten.

De contacten met Duitsland moeten tegen de achtergrond van de theologische ontwikkeling binnen de Hervormde Kerk worden beschouwd. Veel hervormde theologen hadden zich bij de Doorbraakbeweging aangesloten. Oecumene, samenwerking en solidariteit moesten volgens hen het achterhaalde verzuilde denken doorbreken. W. Visser ’t Hooft zag zijn oecumenische droom in 1948 in de oprichting van de Wereldraad van Kerken verwezenlijkt, waarin ook de afgevaardigden van de Duitse kerken als gelijkwaardige broeders en zusters waren opgenomen. De oorlog had duidelijk gemaakt dat het leed in de concentratiekampen en de organisatie van het verzet tegen het naziregime de confessionele grenzen oversteeg.

Personalia Beatrice de Graaf

Dr. B.A. de Graaf studeerde Duitse taal- en letterkunde en Politieke Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en aan de Universität Bonn. Ze promoveerde in december 2004 met het proefschrift Over de Muur. De DDR, de Nederlandse kerken en de vredesbeweging. Ze is werkzaam als docent-onderzoeker aan het Instituut Geschiedenis van de Universiteit Utrecht.

Download het complete artikel (Pdf)

Jaargang 16 (2005) No 1