Interview: In gesprek met nieuwe hoogleraar aan de VU, James Kennedy

Hoewel het officiële gesprek met de rectormagnificus ever twee dagen zal plaatsvinden, sprak Transparant reeds met de Amerikaanse historicus James Kennedy. Zijn benoeming als hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de Vrije Universiteit is op enkele formaliteiten na, rond. James Kennedy is in Nederland in verband met de promotie van zijn nieuwste boek over het euthanasiebeleid in Nederland.

James-kennedy

James Kennedy. Bron Wikimedia

Abonnement op Transparant

Anders dan tientallen andere media, spreken wij hem niet over zijn analyse daarvan, wij zijn heel benieuwd naar zijn opvattingen over christelijke geschiedbeschouwing, de traditie van Groen van Prinsterer en verzuiling. Werd een historiografische, vanuit de gereformeerde levensovertuiging geïnspireerde traditie aan de VU gecontinueerd en eigentijds vormge- geven? Of denkt en werkt Kennedy vanuit een volstrekt ander referentiekader? Kennedy, die een Nederlandse moeder heeft en getrouwd is met een Nederlandse, is op dit moment nog verbonden aan Hope College in Holland, Michigan. Zijn woonplaats en zijn werkplek hebben overigens ook een Nederlandse oorsprong: ze zijn beide gesticht door de afgescheiden dominee Van Raalte, die in 1846 naar Amerika emigreerde. Kennedy blijkt al jarenlang een abonnement op Transparant te hebben.

History is Mystery

‘Het is mijn persoonlijke overtuiging dat God de geschiedenis leidt’, met dit kernachtige statement opent Kennedy het gesprek. Hij antwoordt uitvoerig de vraag of hij zichzelf als christen-historicus ziet. ‘In zekere zin ben ik een calvinist te noemen. God leidt ons naar elke periode, daarom zou je kunnen zeggen, dat met je tijd meegaan, meegaan met de voorzienigheid is. Natuurlijk heeft zo’n uitspraak z’n risico’s. De misinterpretaties liggen met zo’n uitspraak namelijk voor het oprapen. Laat ik proberen er daarom iets meer van te zeggen. Er is een goddelijke werkelijkheid, maar die kun je niet zien.

God leidt deze wereld naar het einde der tijden en dan zal de wereld veranderen, maar we zijn er niet zeker van hoe Hij dat zal doen. Voor een christen-historicus is daarom bescheidenheid belangrijk. Het is denk ik belangrijker om de vraag naar Gods handelen te stellen, dan daarop het antwoord te geven of Gods Hand concreet aan te wijzen. Laten we echter aan één uitgangspunt vasthouden, namelijk de mogelijkheid en werkelijkheid van Gods hand(elen) in de geschiedenis. Als christen-historicus dien je de mogelijkheid van Gods optreden open te houden, je kunt daarover echter zelden uitspraken doen. Je probeert historische ontwikkelingen natuurlijk zo nauwkeurig mogelijk te verklaren, maar die verklaring sluit niet alles af. Je laat ruimte voor het goddelijke ingrijpen. In één kernachtige volzin gezegd: de geschiedenis is een mysterie.’

In de verbinding van geloof en wetenschap speelt de onderwerpskeuze een belangrijke rol. ‘In het kiezen van je onderwerp moet je creatief en slim zijn. Niet: ik ben een christen-historicus en dus schrijf ik over de kerkvaders, hoewel daarmee op zichzelf natuurlijk niets mis is. Nee, de uitdaging is om andersoortige onderwerpen te kiezen en je geloof dáárin een rol laten spelen. Dus je onderwerpskeuze is niet in hoofdzaak christelijk, maar door je benadering kun je christelijke elementen uitwerken. Die krijgen in je werk een plaats en kunnen zelfs de motor worden. In principe is elk onderwerp geschikt. De geschiedschrijving in Nederland heeft intellectuele en geestelijke inspiratie nodig. Al het onderzoek wordt door middel van projectvoorstellen dichtgetimmerd en voorgekauwd. Christen-historici zouden provocerende studies moeten schrijven, ze zijn immers geïnspireerd door het transcendente, door gedachten buiten de academische wereld? Heb een eigen, originele inbreng. Wees fris en verrassend.’

Vuur en vlam

‘Ik was bijvoorbeeld geïnspireerd door de antirevolutionaire vermaning dat je je dient te hoeden voor de tijdgeest toen ik mijn boek Nieuw Babylon in aanbouw schreef. Christelijke inspiratie bevordert de intellectuele inspiratie. Maar dat betekent niet dat het historische product een overduidelijk ‘christelijk’ geschrift is, liever niet zelfs. Het betekent meer dat christelijke impulsen in dialoog treden met overwegingen die aan alle historici eigen zijn.’

Een kenmerk van de christen-historicus is volgens Kennedy bovendien dat hij altijd voor twee soorten publiek moet schrijven: voor het wetenschappelijke en voor het christelijke. Het aca- demisch onderzoek moet weten- schappelijk worden onderbouwd en gepresenteerd voor het alge- mene publiek, maar het moet door de christen-historicus ook kunnen worden vertaald en toegepast voor de medechristenen. Dit laatste heb ik bijvoorbeeld ge- tracht te doen in mijn bijdrage aan het tweede deel van de bundel Vuur en Vlam. Eigenlijk zouden christen-historici zich moeten oefenen in beide schrijftranten. Een goed voorbeeld in Nederland is het werk van de historicus A.Th. van Deursen, wiens wetenschappelijke onderzoek is geïnspireerd door zijn religieuze overtuiging en geschreven voor het brede publiek. Voor de zeventiende eeuw is de religieuze component natuurlijk wel ‘gemakkelijker’ te integreren, maar de grondhouding blijft voor het onderzoek naar elke periode hetzelfde.’

Personalia prof.dr. James Kennedy

James C. Kennedy studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Iowa (PhD, 1995). Hij promoveerde op het proefschrift Nieuw Babylon in aanbouw. Nederland in de jaren zestig (Amsterdam: Boom, 1995). Vanaf 1997 was hij Assistant Professor of History en Research Fellow aan het A.C. van Raalte Instute van Hope College in Holland, Michigan, USA. Hij publiceerde onder meer Een weloverwogen dood. De opkomst van euthanasie in Nederland (Amsterdam: Bakker, 2002).

Download het complete interview (Pdf)

Jaargang 13 (2002) No 1