‘Ik ben onschuldig!’ Over rehabilitatie van politieke misdadigers

In de naoorlogse geschiedenis van Nederland heeft de verwerking van de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol gespeeld in het maatschappelijke en politieke leven. Een onlosmakelijk onderdeel van dit verwerkingspreces was het beoordelen van politici die gedurende de oorlog een dubieuze rol hadden gespeeld. Veer politici die zich een overtuigd nazi-aanhanger hadden getoond, was de veroordeling geen groot probleem. Zij werden ter dood veroordeeld of kregen een levenslange gevangenisstraf. Het bleek lastiger te zijn om politici te beoordelen die zich niet zonder meer achter de nazi-ideologie hadden geschaard, maar van wie wel duidelijk was dat zij zich niet hadden gedragen zoals van hen mocht worden verlangd.

Jhr. mr. Dirk Jan de Geer. Bron Wikimedia

Jhr. mr. Dirk Jan de Geer. Bron Wikimedia

In dit artikel wil ik nagaan hoe het grote publiek heeft gereageerd op twee politici voor wie dit geldt. Om de ontwikkelingen in de publieke opinie goed te kunnen analyseren, heb ik ervoor gekozen om mr. Dirk Jan de Geer (1870-1960) en mr. Willem Aantjes (1923) met elkaar te vergelijken. De eerste werd net na de Tweede Wereldoorlog beschuldigd van hulpverlening aan de vijand; de tweede werd eind jaren zeventig geconfronteerd met zijn oorlogsverleden. Dit maakt het mogelijk om het denken over de oorIog in twee verschillende periodes met elkaar te vergelijken. Als eerste zal ik het proces-De Geer en de reacties daarop behandelen. Vervolgens zal de val van Aantjes en de rol die de media daarbij speelde aan de orde worden gesteld. In het derde deel zal ik de verschillen verklaren.

De Geer en de Tweede Wereldoorlog

Na het echec van het vijfde kabinet van de ARP,-er Hendrikus Colijn (1939) mocht de CHU-er De Geer. een kabinet gaan formeren. De Geer was een politicus van formaat. Hij was diverse keren minister geweest en had in de jaren twintig de leiding gehad van een kabinet (1926-1929). In enkele dagen wist hij een kabinet te formeren dat, conform zijn wens, een behoorlijk brede samenstelling had. Voor de eerste keer in de Nederlandse geschiedenis maakte de SDAP deel uit van het kabinet.

Het kabinet had drie doelstellingen. Het zou streven naar een sluitende begroting, naar vergroting van de werkgelegenheid en in de derde plaats diende het militaire apparaat te worden versterkt. Vooral de laatste doelstelling was door de oplopende spanningen in Europa belangrijk. Toen de oorlog uitbrak, bleken de inspanningen niet genoeg te zijn geweest. Na vijf dagen moest Nederland de strijd tegen de Duitsers staken, moest de regering vertrekken naar Londen en bleef de bevolking ontredderd achter. In Londen bleek dat De Geer zich niet kon instellen op de nieuwe situatie. Hij was bereid om een compromisvrede te sluiten met de Duitsers en pleitte bij Churchill om besprekingen met Hitler te beginnen. Dit maakte De Geer tot een omstreden persoon in het kabinet en hij maakte zich hiermee onmogelijk bij koningin Wilhelmina. Toen hij ook nog op vakantie wilde gaan naar Zwitserland, dat in oorlog dreigde te raken met Duitsland, ontsloeg Wilhelmina hem.

Na zijn ontslag stond De Geer onder grote psychische druk. Toch zocht de regering naar een mogelijkheid om hem in te zetten voor het land. De grote capaciteiten van De Geer stonden niet ter discussie, maar het was volgens de regering beter om hem in de luwte van de oorlog te laten werken. De regering zag De Geer bij voorkeur vertrekken naar het voormalige Nederlands-Indië, waar een aantal kinderen van hem woonde. Deze waren bereid om hun vader onderdak te verschaffen en te verzorgen. Daarom gaf de regering De Geer opdracht om onderzoek te doen naar de naoorlogse financiële verhoudingen tussen Nederland en de kolonie. Voor deze opdracht zou De Geer Engeland verlaten en zich vestigen in de Archipel. De regering hielp De Geer om het visum te verkrijgen dat nodig was om Engeland te mogen verlaten; begin november vertrok De Geer naar Portugal, waar hij op 5 november arriveerde.

Download het complete artikel (Pdf)

Jaargang 14 (2003) No 2