Gereformeerden waarheen?

De opkomst van de moderne theologie in de Gereformeerde Kerken in de jaren vijftig van de 20e eeuw

In theologisch opzicht hebben de Gereformeerde Kerken de hervormde kerk links ingehaald, aldus een uitspraak van naar ik meen H. Berkhof. Hij doelde daarmee op het feit dat de vrijzinnige invloed in de hervormde kerk in de jaren zeventig van de twintigste eeuw afnam, terwijl de Gereformeerde Kerken in diezelfde tijd juist met allerlei vormen van vrijzinnigheid te maken kregen. Met Berkhof hebben vele anderen, binnen en buiten de GKN, zich over deze ontwikkeling verbaasd.

Maatschappelijke veranderingen ook bij de Gereformeerde Kerken

Natuurlijk is er nagedacht over de vraag hoe het zover heeft kunnen komen. Sommigen wezen de theologen aan als de herders die hun kudde op verkeerde wegen hadden geleid. De theologen gingen voorop, zo noemde A.M. Lindeboom zijn boek over deze ontwikkelingen. In dat verband werden altijd en worden nog steeds de namen genoemd van H.M. Kuitert, Tj. Baarda en H. Wiersinga. Hun publicaties deden in de tweede helft van de jaren zestig en in de jaren zeventig veel stof opwaaien Wolven in schaapskleren waren het. De theologen waren de aanstichters van al het kwaad dat over de GKN was gekomen. Toch lijkt het voor een goed begrip van wat zich werkelijk heeft afgespeeld beter om hun optreden te plaatsen in het bredere kader van de maatschappelijke en kerkelijke ontwikkelingen in Nederland. De theologen maakten deel uit van de samenleving, wat meer is: ze hadden innerlijk deel aan de ontwikkelingen die de samenleving doormaakte en waar ze vervolgens op reageerden. Want niet alleen de GKN verschoot van kleur, maar de hele samenleving deed dat. Niet alleen de theologische opvattingen veranderden, maar allerlei opvattingen veranderden. Alles kwam ter discussie te staan: de verhouding tussen man en vrouw, seks voor het huwelijk, de houding tegenover het gezag, de wapenwedloop etc. Deze culturele revolutie voltrok zich eerst voorzichtig, maar allengs steeds duidelijker. Hetzelfde kan gezegd worden van de veranderingen in de GKN en de gereformeerde theologie. Want het is frappant om te zien hoezeer deze zich voordeden parallel aan de ontwikkelingen in de samenleving: voorzichtige en kleine veranderingen in de jaren vijftig, een stroomversnelling aan het begin van de jaren zestig, en heftige onrust in de tweede helft van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig. De GKN van de jaren zeventig leken nauwelijks meer op de GKN uit de jaren dertig. Ze hebben, zo schreef iemand, in de jaren zeventig, de GKN in de bossen van Lunteren (waar de synode vergaderde) begraven. Dat was geen werk van een handjevol theologen alleen. Het was de vrucht van een ontwikkeling waaraan velen in de GKN deel hadden. De theologen hebben die ontwikkelingen op hun eigen manier verwerkt en vorm gegeven, maar als daarvoor geen draagvlak was geweest, was het wel tot tuchtprocedures tegen hen gekomen. En dat is niet gebeurd.

Tweede Wereldoorlog als cesuur

Zoals ik reeds aangaf, dateren de eerste aanzetten voor genoemde veranderingen uit de jaren vijftig. Ik ben daarom geneigd de Tweede Wereldoorlog als een belangrijke cesuur in de geschiedenis van de GKN en de gereformeerde theologie te beschouwen. Daar leek het in eerste instantie overigens niet op. Want tijdens de oorlog was een bepaald aspect van de gereformeerde cultuur gewoon blijven bestaan: het polemiseren over theologische onderwerpen. Discussie hoorde nu eenmaal bij gereformeerden. De gereformeerden uit de dertiger jaren waren de kinderen van een strijdbaar geslacht, die wisten dat er in de theologie veel op het spel stond. En hoewel de wereld om hen heen in brand stond, bevochten ze elkaar op het scherp van de snede. Of moeten we zeggen: juist omdat de wereld om hen heen in brand stond, bevochten ze elkaar? Dat was althans de opinie van J.H. Bavinck, die als relatieve buitenstaander –hij was pas in 1939 uit Indië naar Nederland teruggekomen- een scherpe blik had. Hoe dan ook, er werd stevig gedebatteerd in de jaren dertig en dat ging in de oorlogsjaren gewoon door. In feite weerspiegelden de GKN in de jaren dertig en veertig wat zich in de samenleving afspeelde: een tijd van confrontatie, van vlucht, van ballingschap, van oorlog en van dood. Het debat liep uit op een kerkscheuring.

In Transparant 18.2 kunt u het hele artikel lezen.

Dr. M.J. Aalders is predikant en historicus. Hij publiceerde in 2006 125 Jaar Faculteit der Godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit.

Transparant, Jaargang 18 (2007) No 2 – themanummer jaren vijftig