Geloof en migratie in Nederland sinds 1945, inleiding in de theorievorming

Ellis Island, bij New York. Migranten op reis naar de Verenigde Staten werden op dit eilandje opgevangen. Bron Wikimedia, Ad Meskens

Ellis Island, bij New York. Migranten op reis naar de Verenigde Staten werden op dit eilandje opgevangen. Bron Wikimedia, Ad Meskens

Immigratie is een historische contante in de Nederlandse geschiedenis. Om allerlei redenen vestigden mensen zich hier en droegen bij aan de diversificatie van het Nederlandse christendom. Welke rol speelt het geloof in de strategieën van de migranten om hun migratieplannen te verwezenlijken? Welke nieuwe interpretaties van het geloof ontstaan op die manier? Na een inleiding in de migratiegeschiedenis van de komst van recente religieuze stromingen naar Nederland schets ik aan de hand van recent onderzoek de betekenis van het geloof voor de migratie-ervaring, voor de aanpassingstrategieën van migranten en voor de opkomst van een theologie van de migratie.

Migratiegeschiedenis

Tot in de eerste helft van de vorige eeuw was migratie hoofdzakelijk mobiliteit van mensen van het noordelijke naar het zuidelijke halfrond, met uitzondering van migratie naar de VS en Canada en de intraregionale migratie binnen Europa. Nederland was afwisselend een immigratie- en een emigratieland, afhankelijk van economische, politieke, demografische of religieuze ontwikkelingen. Vanaf de zestiende eeuw zorgden het Spaanse Rijk, de handel, vluchtelingen zoals de Spaanse en Portugese joden, Waalse christenen, vervolgde lutheranen uit Antwerpen, hugenoten of de Zwitserse, Duitse en Poolse doopsgezinden (achttiende-eeuws) voor een toename van nieuwe christelijke kerken in Nederland. Ook het jodendom groeide daardoor. Volgens historicus Jan Lucassen kwamen tussen de zeventiende en negentiende eeuw jaarlijks 15.000 seizoensarbeiders naar Holland, die daarmee 5 procent van de plattelandsbevolking uitmaakten. Deze migranten droegen in grote mate de toenmalige economie. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat gedurende twee eeuwen de VOC 475.000 buitenlanders rekruteerde. In de zeventiende eeuw kwam 40 procent van de Amsterdamse bevolking van buiten de grenzen van het huidige Nederland, één op de vier inwoners kwam uit Duitsland. Duitse immigranten maakten 60 procent uit van het totale aantal immigranten in de negentiende eeuw. Ze moesten de confrontatie aangaan met een groot gevoel van wantrouwen en negatieve vooroordelen van de autochtone bevolking. In deze tijd werden de oudste migrantenkerken opgericht: de lutherse gemeenten (in Middelburg, Leiden, Rotterdam, Haarlem, Utrecht en Amsterdam) en de Eglise Wallonne in de zestiende eeuw, en in de daaropvolgende eeuw de English Reformed Church en de Scots Church. De Armeens-Apostolische kerk van Amsterdam was de eerste niet-westerse kerk in Nederland (vanaf de achttiende eeuw).

Na de Tweede Wereldoorlog kwam een immigratiestroom van het zuidelijk naar het noordelijk halfrond op gang, als gevolg van de Koude Oorlog, van dekolonisatieprocessen in de voormalige Nederlandse koloniën, van behoefte aan arbeidskrachten in Nederland zelf door de aantrekkende economie, en ten slotte door vluchtelingenstromen. De immigratie van niet-westerse christenen, moslims en hindoes naar Nederland kwam zo op gang. Daardoor kwamen hier nieuwe vormen van het christendom (van buiten Europa) en religies die los stonden van een joods-christelijke traditie. Niet-westerse immigranten hadden behoefte aan de beleving van hun religie en niet aan een leerstellig geloof.

De christenen, noch de protestantse kerken noch de Rooms-Katholieke Kerk, waren op hun komst voorbereid. Op eigen initiatief of onder begeleiding van een Nederlandse pastoor of predikant werden diensten georganiseerd volgens de eigen riten, in de eigen taal. Veel migrantenkerken ontstonden uit zulke initiatieven. Uitzondering vormt het pastoraat dat was opgezet vanuit Europese landen van herkomst van rooms-katholieke migranten, zoals de Missione Catolica Italiana of de Poolse Katholieke Missie. Pinksterkerken werden vaak gesticht door leiders zonder pastorale opleiding, ze ontstonden onder andere vanuit kleine bijbel- en gebedsgroepen.

In 1955 openden leden van de Ahmadiyya Qadian-beweging uit Pakistan en India de eerste Nederlandse moskee in Den Haag. Moslims uit het Middellandse Zeegebied, Marokko en Turkije creëerden geïmproviseerde gebedsruimtes in gebouwen die weinig huur kostten. De eerste moskee in Nederland: Mobarak Moskee in Den Haag (1955) In samenwerking met religieuze groepen, christelijke interreligieuze werkgroepen en overheden uit het land van herkomst, bouwden de nieuwkomers de eerste moskeeën en stelden zij imams in Nederland aan. Vanaf 1975 – toen Suriname onafhankelijkheid verwierf – kwam uit dat land nog een nieuwe stroom van ongeveer 30.000 moslims naar Nederland.

Personalia

Dr. Jorge E. Castillo Guerra is universitair docent Religiewetenschappen en Theologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij doet onderzoek naar onder meer het wereldchristendom en de interactie tussen migratie en religie.
Bestel het complete nummer, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).

Jaargang 21 (2010) No 3 – themanummer Regio en religie