Erflater van een religieuze beschaving? Interview met Jan Siebelink

Jan Siebelink groeide op in Velp, aan de rand van de Veluwe. Daar situeerde hij ook enkele van zijn bekendste romans, onder andere het recent verschenen Knielen op een bed violen. Transparant werd op een zonnige lentedag meegenomen op een sentimental journey naar Siebelinks velden van weleer.siebelink_knielen_op_een_bed_violen

De schrijver laat plaatsen als Lathum, Duiven en de Bergweg in Velp zien. Voor kenners van Siebelinks oeuvre zijn dat lieux de memoires. Hier groeiden zijn ouders op en hield zijn vader een kwekerij. Hier speelt het verhaal over het gezin van de veerman uit De overkant van de rivier zich af, die bij Velp aan de IJssel het Lathumse voetveer had.

De overkant van de rivier en Knielen

De veerman en zijn vrouw kwamen, vanuit Velp bezien, van de overkant van de IJssel, uit het moerassig gebied dat het Duivense Broek heet. Die herkomst bepaalde hun leven. Ook in de roman Knielen op een bed violen blijkt dat de mentaliteit van het gezin van de kweker, van de kleine boeren en steenfabriekarbeiders door die herkomst werd bepaald.

In deze laatste roman probeert Siebelink zo ver mogelijk door te dringen in het leven van zijn ouders. Hij beschrijft hoe de zachtaardige Hans Sievez een schijnbaar gelukkig leven als kweker met zijn vrouw Margje opbouwt, maar langzaam en onstuitbaar afglijdt in een oudtestamentisch en duister soort calvinisme. Door zijn jacht op het heil in het hiernamaals vervreemdt hij volledig van zijn naaste omgeving – zijn vrouw en twee zoons – in het hier en nu en doet hen daarmee onnoemelijk veel verdriet.

Siebelink zelf woont in Ede. Maar hij maakt graag en vaak uit: stapjes naar Velp. De mensen, die op deze lentedag eveneens een wandeling langs de IJssel maken, herkennen hem onmiddellijk. Maar dat vindt hij minder leuk. “Ik houd er niet van om op die manier aangesproken te worden. Velp is míjn verleden, het reservoir waar ík zelf de verhalen uit put.” Wanneer hij op zijn beurt het object van vage kennissen uit zijn verleden wordt, is hij daar minder over te spreken. Hij zelf voert de regie over zijn personages rond en nabij Velp. En niet omgekeerd. Het interview zelf vindt plaats in kasteel Roozendael, vlakbij Velp gelegen. Hieruit blijkt dat Velp inderdaad de wereld van welvaart en vooruitgang was, zoals de inwoners van Lathum dat zagen. Die precieze en correcte aanduiding van geografische locaties, van stemmingen en ‘beschavingen’ die Siebelink beschrijft, is kenmerkend voor zijn romans. Siebelink ‘fantaseert’ er niet op los. “Mijn werk is opgebouwd uit herkenbare herinneringen aan bestaande plaatsen en personen. De scheidslijn tussen auteur en romanpersonages is maar erg dun.” Daarin is Siebelink dus heel eerlijk. Waar het merendeel van de romanauteurs altijd nadrukkelijk hamert op het fictieve gehalte eerste deel zin anders formuleren van hun proza, laat Siebelink dit bijna achteloos achterwege. “Knielen op een bed violen is het leven van mijn ouders, maar op zo’n manier verteld, dat het boven de eenvoudige geschiedenis van een kweker uitstijgt. Hun worsteling met het geluk krijgt mythische proporties.”

Download het complete interview (Pdf)

Jaargang 16 (2005) No 3