De Zwemers en Janses van Oostkapelle

Een man gaat door de Dorpsstraat van Oostkapelle. Rechtop gaat hij, af en toe een woord. Mensen fluisteren of groeten hem en het jongetje dat voor hem gaat. Iedereen weet het: Eine Zwemer is blind. Een ernstige ziekte heeft zijn hoofd aangetast en hij lijdt hevige pijn. Toch komt hij op straat, geleid door het jongetje met de krullen, de oudste zoon van zijn halfbroer. Aan een leren riempje leidt hij Nom Eine, niet aan de hand: dat geldt aan het eind van de jaren dertig nog als te intiem. Enkele jaren later zal (Eine) Hendrik Zwemer ook het contact met zijn dorpsgenoten verliezen. Dan ligt hij in de voorkamer van zijn huis te luisteren naar de geluiden uit de Dorpsstraat.

De Dorpsstraat van Oostkapelle in 1912.

De Dorpsstraat van Oostkapelle in 1912.

Zijn vrouw, Wanne Janse, zorgt er voor dat de kinderen die met familiebezoek meekomen, niet te veel lawaai maken. Daar kwam Nom Eine niet meer tegen. Zijn plaats in de ouderlingenbank op het Weeltje, in de kerk van de Gereformeerde Gemeente, is allang onbezet. Op het gemeentehuis vergadert men zonder het SGP-raadslid. In 1940 overlijdt kleermaker Zwemer, 53 jaar oud en kinderloos.

Honderdvijftig jaar

In het boerendorp Oostkapelle behoorde Hendrik Zwemer tot de armere middenstand, zijn vrouw Wanne Janse was een timmermansdochter. Hoewel veel van hun familieleden tot de armsten onder de arbeiders behoorden, stamden ze beiden af van een gezeten boer, van wie de kleermaker de voornaam en zijn vrouw de achternaam droeg. Hun beider betovergrootvader Hendrik Janse leefde van 1757 tot 1812. De nakomelingen van één van Hendriks broers maakten in 1940 nog steeds deel uit van de rijke boerenstand van Oostkapelle. Uit de kinderen en kleinkinderen van Jan Hendrikse (1711-1788), schepen van West-Souburg, waren dus zowel de rijksten als de armsten van Oostkapelle voortgekomen. Onder hen waren leden van de Gereformeerde Gemeenten, zoals Hendrik Zwemer en Wanne Janse en hun verwanten, maar ook steunpilaren van de Hervormde Kerk zoals de grote boeren Krijn Janse en Krijn Poppe.

Door het volgen van deze twee families over ruim honderdvijftig jaren krijgen we een goed beeld van de maatschappelijke ontwikkelingen die in de negentiende eeuw op het Zeeuwse platteland plaatsvonden en van enkele religieuze kenmerken van het eiland Walcheren. Oostkapelle was een dorp dat van de landbouw leefde zoals vele Zeeuwse dorpen, maar in het dorpsleven speelden er naast de boeren ook de ‘heren’ een rol. Deze telgen uit Middelburgse koopmans- en regentenfamilies hadden aan de Walcherse Noordkust in de achttiende eeuw hun buitenplaatsen laten bouwen en bossen aanleggen. De verschillende rol van deze twee ‘standen’ zien we in het verhaal dat volgt af en toe terug. Bovendien kwamen uit de families Zwemer en Janse, waarvan gezegd werd dat ze van Hugenoten afstamden, predikanten en publicisten voort. Adriaan Zwemer, David Janse en Antheunis Janse werden gedoopt in de Hervormde Kerk van Oostkapelle, maar geen van drieën bleef in de Nederlandse Hervormde Kerk.

Adriaan Zwemer en zijn zoons dienden in de Reformed Church of America, David Janse in de ledeboeriaanse gemeenten (de latere Gereformeerde Gemeenten), hoofdonderwijzer Antheunis Janse tenslotte werd een vooraanstaand publicist in de kringen van de Gereformeerde Kerken. Ondanks deze verschillende bestemming hadden ze veel gemeen. Hun afkomst lijkt hen te hebben gevormd tot orthodoxe christenen met een praktische inslag, eerder getuigend dan geneigd tot zelfonderzoek. Met deze ‘praktische orthodoxie’ vertegenwoordigden zij misschien vooral de Zeeuwse inbreng in hun respectievelijke geloofsgemeenschappen. Met name van Walcheren is bekend dat het een doorgaande lijn te zien geeit in de vroomheid van de bevolking, rechtstreeks van de eerste (praktische) fase van de Nadere Reformatie tot de negentiende eeuw. Wellicht was dit kenmerk mede te danken aan de Hugenoten die zich na 1685 in ruime mate op het eiland vestigden. De belezenheid en de kritische, open instelling die veel leden van de twee Oostkappelse families kenmerkt, waren in vorige generaties eveneens aanwezig. Gold die kritiek eerst het modernisme, later botste zij ook met bepaalde bevindelijke onderstromen.

Hugenoten?

Dat de Janses en de Zwemers afstamden van Hugenoten, gevluchte Franse Protestanten, staat niet voor honderd procent vast. De informatie daarover is gebaseerd op mondelinge overlevering. Rond 1900 noteerde de predikant David Janse: “Van Vaders zijde ben ik uit den Franschen bloede, door vluchten om des geloofs wille, waarschijnlijk met de opheffing van het Edict van Nantes omstreeks het jaar 1685 en op dien tijd te Vlissingen aangekomen. De oorspronkelijke naam werd uitgesproken Raimsté (…). Deze gevluchte voorvader heeft één zoon gehad en werd genoemd Jan Hendriksz. Deze gewon elf kinderen en bracht de toenaam zi jner kinderen op zijn voornaam. (…) Van toen af is de naam Janse tot heden toe in het eiland Walcheren en elders verspreid.”

Jan Hendrikse (1711-1788) had inderdaad elf kinderen. Zijn vader Hendrik Cornelisse had echter nog meer zoons van wie er in elk geval twee kinderen kregen, die dus niet ‘Janse’ heetten. Een zuster die in 1741 te Kapelle trouwde met Cornelis Ossewaarde, gebruikte meermalen de naam Remstee. ln die jaren woonden er Remstee’s in Goes, Nisse en Oudelande. In Walcheren kwam de naam verder sporadisch voor.

Of ook de familie Zwemer van Hugenootse afkomst is, is minder zeker. Er zijn verschillende families van die naam in Zeeland geweest, waarvan de onderlinge relatie niet vaststaat. De rijkste van die families, die zich vanuit Colijnsplaat naar Duiveland verbreidde. gaat terug op een voorvader uit Bassevelde in Oost-Vlaanderen. De Walcherse Zwemers staan waarschijnlijk geheel los van deze familie. Adriaan Zwemer noteerde (net als David Janse kort voor 1900) over hun afkomst het volgende. Zijn vader en grootvader hadden hcm altijd verteld dat ‘in de tijd van de vervolgingen’ na de herroeping van het Edict van Nantes, drie broers Frankrijk waren ontvlucht die zich na aankomst in Nederland Swemer zouden noemen. Eén van hen zou in Noord-Holland gebleven zijn, één zou naar Schouwen gegaan zijn en de derde naar Walcheren.

Inderdaad spreken de oudste genealogische bronnen over drie broers (en een zuster die tussen 1660 en 1680 geboren moeten zijn. Twee van de broers, Christiaan en Adriaan, woonden op Walcheren. De laatste was volgens de overlevering in Nederland geboren en was de grootvader van Christiaan Zwemer, die de overlevering aan zijn kleinzoon doorgaf. De overlevering, die Chistiaan Zwemer tussen 1760 en 1770 voor het eerst verteld moet zijn, ging over feiten die toen al minstens driekwart eeuw oud waren. Maar er was slechts één tussenpersoon, Christiaans vader Jacob Zwemer (1719), zodat de overlevering niet zomaar verworpen kan worden. Zij blijft echter onzeker.

Download het complete artikel (pdf)

Jaargang 07 (1996) No 1