De verbreiding van het christendom in de Molukken

Elders in dit nummer geeft Chris van Fraassen aandacht aan de vervlechting van religieuze, politieke en commerciële belangen bij de expansie van islam en christendom op de Molukse eilanden. Daarom staan in deze bijdrage binnenkerkelijke factoren centraal die van belang waren bij de verbreiding en de vormgeving van het christelijk geloof in dat gebied. De relatie tussen christenen en niet-christenen blijft hier buiten beschouwing.

In 1511 veroverden de Portugezen Malakka, de poort tot de Indische archipel. Een jaar later bereikten zij de Molukken, een brongebied van de felbegeerde specerijen. Zo waren het de Portugezen die daar voor het eerst het christendom brachten. Wélk christendom?

Het christelijk geloof van die tijd – de late Middeleeuwen, het begin van de Nieuwe Tijd – was geconcentreerd op de kerk en de sacramenten. Het heil daalde tot de mensen neer via een hiërarchie van gewijde ambtsdragers, met aan de top de paus. Voornaamste kanaal waren de sacramenten, in de eerste plaats doop en eucharistie. De kerk was volkskerk, die geen hoge eisen stelde aan de massa van haar leden. Kennis van de meest elementaire geloofswaarheden en -formules en erkenning van het gezag van de kerk als hoedster van de waarheid, waren voldoende voor toegang tot de sacramenten en daarmee tot het heil. De kerk was internationaal, omdat zij zichzelf zag als een eenheid rond de paus in Rome, met een uniforme liturgie, één overal geldig kerkelijk wetboek en een overal erkende en gelijkelijk gehandhaafde leer.

Met dat internationale karakter stonden nationale tendensen op gespannen voet. Afzonderlijke staten hadden zich zeggenschap over de kerk in hun gebied toegeëigend en gebruikten waar mogelijk de kerk als instrument om de staatsmacht te versterken, bijvoorbeeld door invloed uit te oefenen op de benoeming ven bisschoppen. In het verlengde daarvan lag dat staten er niets voor voelden om in hun overzeese bezittingen geestelijken uit concurrerende landen toe te laten. Aan deze nationale invloeden konden de religieuze orden (bijvoorbeeld Franciscanen, Dominicanen en jezuïeten) zich nog het best onttrekken. Die waren veel meer dan de gewone (seculiere) geestelijkheid internationaal georiënteerd en daardoor minder vatbaar voor nationale instincten.

We kunnen West-Europa in de periode waarin het christendom voor het eerst naar de Molukken kwam beschrijven als een Corpus Christianum, waarbinnen twee mochten met elkaar concurreerden: de kerk en de christelijke staten, die beide probeerden de ander dienstbaar te maken een de eigen belangen. Daarbij waren zij het echter over één ding eens: hun godsdienst, hun cultuur, waren superieur aan die van de volkeren overzee. Moslims waren vijanden van de waarheid; ‘heidenen’ aanbaden de duivel. Kerstening van beiden betekende tevens assimilatie een de Europese cultuur.

De missie in de Molukken

Aan het einde van de vijftiende eeuw raakten Spanje en Portugal buiten Europa verwikkeld in een concurrentieslag die de belangen van de kerk dreigde te schaden. De paus greep in en verdeelde de wereld tussen beide: Spanje kreeg de Amerika’s en de Filippijnen, Portugal Afrika en Azië plus Brazilië. Zo kwamen met de Portugese schepen geestelijken mee die zich vestigden in de Portugese handelsnederzettingen. In de Molukken was Ternate het belang- rijkste centrum, in een later stadium Ambon.

Deze wereldgeestelijken beschouwden de zorg voor hun landgenoten binnen de nederzetting als hun belengrijkste taak. Niet toevallig was de eerste uitbreiding het werk van een Franciscaner pater, Simon Vez. Hij werkte in een aantal dorpen aan de oostkust van Halmahera, het grote eiland ten oosten van Ternate. Daar werden in 1534 en volgende jaren duizenden mensen gedoopt. De dorpshoofden werden naar Ternate gehaald, waar zij Portu- gese namen kregen en min of meer in de Portugese edelstand werden verheven. Enkele jaren later kreeg het christendom vaste voet op het eiland Ambon (1538). Toen ook nog, in de persoon van Xaverius (een Spanjaard!), het elan van de pas opgerichte Jezuïetenorde de Molukken bereikte (1546), leek de toekomst van het christendom in deze regio verzekerd.

Personalia

Dr. Th. van den End (1940) studeerde theologie en geschiedenis aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Hij promoveerde in 1969. Hij is zendingspredikant (Nederlands Hervormde Kerk / Gereformeerde Zendingsbond) met als opdracht literatuurvoorziening ten dienste van de Indonesische kerken.

Download het complete artikel (Pdf)

Jaargang 14 (2003) No 1 – themanummer Molukken