De moeizame verhouding tussen christenen en kunst

Literatuur, beeldende kunst, muziek, film en toneel maakten de culturele revolutie van de jaren zestig zichtbaar, hoorbaar en tastbaar. Wat typeerde, achteraf gezien, deze periode? Hoe reageerden christenen op de veranderingen in de wereld die tot uiting kwamen in deze kunsten? Op welke manier ontwikkelde de kunst zich na de jaren zestig? En hoe kijken christenen tegenwoordig naar artistieke uitingen? In dit artikel wandelt de lezer langs een groot aantal gebeurtenissen op cultureel gebied in de jaren zestig.

De ontwikkelingen in de richting van vrije vormen in de kunst begonnen al na de Eerste Wereldoorlog. De experimenteerdrift kwam in de jaren zestig echter in een stroomversnelling terecht. De Aleatorische klanken die klassieke componisten als Stockhauzen en Pierre Boulez op hun publiek loslieten, werden door onberekenbare factoren bepaald. De ‘toevalsmuziek’ in de jaren zestig was een reactie op de rekenkundige en precieze seriële muziek die vanaf de jaren vijftig gangbaar was. Ook de Amerikaanse componist John Cage verving keuzes door willekeur. Vliegenpoepjes op een notenbalk gaven melodielijnen aan en een door de wind aan het trillen gebrachte draad leverde weer een andere compositie op. De ontwikkeling die de jazzmuziek doormaakte, illustreert op een perfecte manier de zucht naar vrijheid. Sinds de jaren veertig emancipeerde de jazz zich van dansbaar amusement tot kunstzinnige muziek met improvisaties op hoog niveau. Musici die door middel van hun muziek een bijdrage wilden leveren aan de emancipatie van zwarte Amerikanen, vormden de voorhoede van de jazzbeweging. De interessantste muzikant op het terrein van de free jazz was John Coltrane. Deze saxofonist kreeg eind jaren vijftig bekendheid dankzij het Miles Davis’ album Kind of Blue, de best verkochte jazzplaat ooit. Coltrane viel op, omdat hij noten speelde die eigenlijk niet pasten, maar die op een geheimzinnige manier toch klopten. John Coltrane stond ten tijde van Kind of Blue nog maar aan het begin van zijn muzikale zoektocht en richtte in 1960 zijn eigen band op. Vanaf dat moment ontwikkelde de muziek van Coltrane zich van dag tot dag. De eerste jaren speelde de piano begeleidingsakkoorden, de ‘lopende’ contrabas verbond de maten op logische wijze en de drummer gaf het ritme aan. Coltrane week in de loop van de tijd tijdens zijn lange improvisaties steeds verder af van de oorspronkelijke stukken. Halverwege de jaren zestig waren akkoorden niet meer nodig. Het ritme was nauwelijks als zodanig te herkennen en Coltrane produceerde op zijn sopraansax hypnotiserende geluiden. In l967 overleed de saxofonist aan de gevolgen van leverkanker. Coltranes muziek was op dat moment in een fase beland waarin het experiment niet verder doorgevoerd kon worden.

Personalia

Johan Bakker (1961) is literatuur- en muziekrecensent voor het Nederlands Dagblad en docent Engels en Culturele Vorming op de GSR te Rotterdam.

De rest van het artikel kunt u lezen in Transparant 19.4 (december 2008) 16-21.

Jaargang 19 (2008) No 4 – themanummer Nederland in de jaren zestig