De Jom Kippoer-oorlog

Op 6 oktober dit jaar was het precies 20 jaar geleden dat in het Midden-Oosten een oorlog uitbrak tussen Egypte en Syrië aan de ene en Israël aan de andere kant. In de Arabische wereld staat deze oorlog bekend als de Ramadan-oorlog, bij vond plaats in de jaarlijkse vastenperiode van de islam. Hij wordt ook wel genoemd ‘de Oktoberoorlog’, omdat de strijd plaats vond tussen 6 en 26 oktober. Aan Israëlische kant staat hij bekend als ‘de Jom Kippoer-oorlog’. De gecombineerde aanval van Syrische en Egyptische troepen verraste Israël in de vroege middag van de heiligste dag van het jaar voor het Joodse volk, Jom Kippoer, ofwel Grote Verzoendag.

Jom_Kippoer_Oorlog_Israelische_tank_Golan_Hoogte

Een Israëlische tank op de Golan Hoogte, tijdens de Jom Kippoer Oorlog. Bron Wikimedia

 

Op die dag lag het openbare leven in het land stil, voor bijna iedereen was het een vrije dag. Velen brachten de dag door in familiekring. De religieuze Joden beleden hun zonden van het afgelopen jaar en vroegen of God de zonden van hun volk wilde verzoenen. Niemand had verwacht dat de Arabieren op deze heilige dag zouden aanvallen. Israël was hier zo door ge-schokt dat het de oorlog vernoemde naar Jom Kippoer.

Juist omdat het deze maand precies 20 jaar geleden is willen we terugkijken naar deze oorlog. Wat was de aanleiding? Hoe verliep de oorlog en wat waren de resultaten? Hoe wordt er van verschillende zijden tegenaan gekeken? Belangrijke vragen, waar dit artikel een antwoord op poogt te geven.

Politieke situatie in het Midden-Oosten in 1973

De oorlog van 1973 was een direct gevolg van de Zesdaagse Oorlog in 1967, waarbij Israël in zes dagen tijd afrekende met de legers van Egypte, Syrië en Jordanië. Deze nederlaag werd door de Arabieren nog steeds als een enorme vernedering gevoeld. Afgezien van deze nederlaag had Israël grote stukken gebied veroverd en bezet: De Gazastrook en de Sinaï op Egypte, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem op Jordanië en de Golan-hoogvlakte op Syrië. Israël had zijn grondgebied hiermee verdrievoudigd.

Na beëindiging van de oorlog nam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties resolutie 242 aan. Het bevatte principes voor een rechtvaardige en duurzame vrede in het Midden-Oosten. De belangrijkste punten hieruit waren dat Israël werd opgeroepen zich terug te trekken uit gebieden die tijdens het jongste conflict zijn bezet. Alle staten in de regio hadden het recht om in vrede te leven in veilige en erkende grenzen. En er moest een oplossing komen voor het vluchtelingenvraagstuk. De regering van de Israëlische premier Levi Eskhol verklaarde zich direct bereid het meeste land terug te geven, op voorwaarde dat de Arabische landen vrede sloten met Israël.

Maar in september 1967 besloten de Arabische leiders, bijeen in Khartoum, dat zij Israël niet zouden erkennen, dat ze niet zouden onderhandelen en dat ze geen vrede zouden sluiten. Deze duidelijke taal van Arabische kant verhardde het Israëlische standpunt. In augustus 1973 kwam de Israëlische regering, toen onder leiding van premier Meir, met het zogenaamde “Galili”-document. Hierin omschreef ze de Israëlische politiek ten opzichte van de bezette gebieden. Uit dit document bleek dat Israël helemaal niet meer van plan was een groot deel van het gebied op te geven. De regering beloofde in het document dat het van plan was de levensomstandigheden van de Palestijnen in de gebieden te verbeteren. Maar tegelijkertijd zou er meer grond worden verkocht aan Joodse particulieren, voor nieuwe nederzettingen. Een reeks nieuwe vestigingen stonden op het programma, vooral in de Jordaanvallei en de Golanhoogvlakte. Dit document was een doom in het oog van president Sadat van Egype. Het conflict tussen Israël en zijn buurlanden was niet louter een regionaal gebeuren. Het Midden-Oosten werd steeds meer een speelbal van de twee grootmachten: de Verenigde Staten en de Sovjetunie. Beide probeerden hun invloed in de regio te vergroten ten koste van de ander. Syrië en Egypte bevonden zich in de Russische – Israël in de Amerikaanse invloedssfeer.

Aanleiding

De dieperliggende oorzaak van de oorlog lag verankerd in de Arabische frustratie en vernedering, opgelopen in de Zesdaagse Oorlog van 1967. In Syrië was in 1970 Assad aan de macht gekomen, een zeer fel tegenstander van Israël. Hij was niet geïnteresseerd in vrede met Israël. Zijn doel was: Israël verdrijven uit Syrisch grondgebied en het behalen van een scherpe overwinning op de vijand. Alle vredespogingen tussen 1967 en 1973 liepen daarom op een mislukking uit omdat VN-resolutie 242 door Arabieren en Israëli’s fundamenteel verschillend werd geïnterpreteerd. De Arabieren wilden pas met vredesonderhandelingen beginnen nadat Israël zich uit alle in 1967 bezette gebieden had teruggetrokken. Maar Israël wilde juist eerst komen tot een vredesakkoord, om op zo’n manier verzekerd te zijn van veilige en erkende grenzen, voordat het bezet gebied wilde prijsgeven. Deze opstelling leidde tot een impasse in het Arabisch-Israëlisch overleg waarin de bestaande situatie gehandhaafd bleef.

Vooral voor Egypte was een doorbreken van de impasse erg belangrijk. Na de dood van Nasser in 1970 was het land in een vacuüm terecht gekomen. Nasser had 16 jaar lang aan de macht uitgeoefend. Hij werd opgevolgd door zijn vicepresident Sadat. Veel meer dan Nasser, voerde Sadat een politiek van “Egypte eerst”. Hij beloofde aan het door een hoge buitenlandse schuld geplaagde Egypte dat onder zijn leiding de situatie snel zou verbeteren. Daarvoor moest de olierijke en daardoor winstgevende Sinaïwoestijn weer snel in Egyptische handen komen. De tijd werkte in Sadats nadeel. Het volk werd steeds onrustiger en het moreel van het leger bij het Suez Kanaal zakte in.

In juli 1972 deed Sadat een wanhopige poging om zijn populariteit te herstellen. Op 8 juli besloot hij dat alle adviseurs en heel het militaire personeel uit Rusland binnen een week Egypte moesten verlaten. Dit betrof in totaal ongeveer 15.000 Russen en was een concessie aan het Egyptische leger waar de Russen niet populair waren. Volgens sommigen was dit een truc van Sadat om Israël zand in de ogen te strooien, want zonder Russische hulp zou Egypte zeker nooit aanvallen. Sydney D. Bailey beweert in zijn boek Four Arab-Israeli Wars and the Peace Process dat de uitzetting voor de Russen een volslagen verrassing was. In januari 1973 waren er in alle steden van Egypte hevige rellen uitgebroken. Het was onzeker of het regime van Sadat het nog lang zou kunnen standhouden. Sadat zag nog maar één oplossing: oorlog met Israël.

In Israël was de aandacht van de bevolking in 1973 veel meer gericht op birmenlandse aangelegenheden. De regering van Golda Meir probeerde de veel te is hoge intlatie van 20% terug te brengen. Hiervoor bevroor ze drie maanden de lang alle prijzen, wat op grote schaal arbeidsonrust veroorzaakte. Op 30 oktober van het jaar stonden de algemene verkiezingen op het programma. Alle partijen waren druk in de weer met het winnen van de gunst van de kiezers. Op veiligheidsgebied waren er weinig problemen met de Arabische buurlanden. Israël zag in Syrië geen acute bedreiging en Egypte werd niet in staat geacht een aanval op Israël uit te voeren. In mei was het nog wel even spannend geweest.

Egypte had zijn troepen aan de grens met Israël samengetrokken. Direct besloot Minister van Defensie Moshe Dayan tot een volledige mobilisatie, maar er gebeurde niets. Het resultaat was een rekening van tien miljoen dollar. Sadat noemde deze actie later in zijn boek Op zoek naar een eigen identiteit een onderdeel van zijn grootscheepse misleidingscampagne. Hetzelfde herhaalde hij nog een keer in augustus. Zijn misleidingscampagne wierp vruchten af, want toen Egypte in oktober van 1973 opnieuw zij troepen concentreerde aan de grens met Israël werd het door de Israëlische Veiligheidsdienst niet serieus genomen. Het zou gaan om een militaire oefening, maar een daadwerkelijke aanval was zeer onwaarschijnlijk.

Download het complete artikel (pdf)

Jaargang 04 (1993) No 4 – themanummer Israël