De jaren zestig in zwart-wit?

De geschiedenis van ‘de jaren zestig’ heeft zich de afgelopen jaren in een ruime belangstelling kunnen verheugen. Deze aandacht is deels aan de commerciële waarde van dit tijdperk toe te schrijven: De ‘sixties’ verkopen. Maar daarnaast is er voor die interesse ook een minder cynische verklaring. Juist in deze periode lijken veel veranderingen in gang te zijn gezet, waarvan in de huidige maatschappij nog altijd de gevolgen zichtbaar zijn. Een goed begrip van wat er in deze jaren is veranderd, is dus dringend nodig om onze eigen tijd te kunnen duiden.

Subjectief

Tijdgenoten en historici hebben in de afgelopen veertig jaar echter de nodige moeite gehad om tot een afgewogen oordeel over de jaren zestig te komen. Deze moeite is te herleiden tot het probleem, dat we hier met ‘hete geschiedenis’ (Chris Lorenz) van doen hebben. Sterker dan bijvoorbeeld in de geschiedschrijving over de klassieke oudheid of de middeleeuwen, zijn de posities die in het debat over de jaren zestig worden ingenomen gekoppeld aan heden- daagse maatschappelijke plaatsbepalingen. Als gevolg daarvan zijn veel bijdrages aan dit debat sterk gekleurd door opvattingen, die niet tot de geschiedschrijving over de periode zelf te herleiden zijn. De drang om eigentijdse posities te onderbouwen, wint het in menig geval van de plicht om tot een afgewogen historisch oordeel te komen, waarbij visie en historisch vakmanschap elkaar in evenwicht zouden moeten houden.

Iets dergelijks lijkt ook aan de hand met de bijdrages van Klink en Schuurman over de jaren zestig in Transparant 4-2008. De periode wordt in deze artikelen grotendeels gereduceerd tot een ééndimensionaal vijandbeeld. In plaats van een veelkleurig historisch tableau verschijnt een schets in zwart-wit. Tegen de zo geschilderde achtergrond profileren de auteurs hun oprechte bezorgdheid over eigentijdse problemen. Daarmee doen ze echter de geschied- schrijving over de jaren zestig tekort.

Verklaringen voor de jaren zestig

Al tijdens de jaren zestig zelf deden de meest uiteenlopende verklaringen de ronde voor wat tijdgenoten om zich heen zagen gebeuren. Sindsdien zijn deze verklaringen verder onderbouwd. Grofweg kunnen ze in vijf groepen worden ingedeeld. In de eerste plaats is vaak gewezen op de rol van de media. De studentenonrusten in Duitsland verklaarde men als een tegenreactie op de grote macht van de conservatieve media. Meer genuanceerd heeft men, vooral onder de indruk van het wereldwijde karakter van de gebeurtenissen in deze periode, op de media gewezen als oorzaak voor de globale distributie van ideeën en actievormen. In zijn laatste, niet voltooide werk over de jaren zestig (De wereldwijde jaren zestig) heeft de Nederlandse historicus Hans Righart hierop met nadruk gewezen. Bijvoorbeeld wat betreft het onderzoek naar de verbreiding van protestvormen en naar het internationale karakter van de jaren zestig hebben zulke verklaringen inderdaad hout gesneden.

Daarnaast is het generatiemodel als verklaring voor de veranderingen in de jaren zestig populair. Sociologen als Ronald Inglehart verklaren de spanning in deze periode vanuit veranderende waardepatronen. Bekend is Ingleharts duiding van deze verschuiving als een overgang van materiële naar postmateriële waardes. Het laatste waardepatroon zou vooral onder de naoorlogse generatie veel aanhang hebben gevonden. In navolging van zulke ideeën koos de al genoemde Hans Righart in zijn bekendste werk over de jaren zestig een ‘dubbele generatiecrisis’ als uitgangspunt. Hij veronderstelde dat in de jaren zestig een vooroorlogse en een naoorlogse generatie met sterk van elkaar verschillende culturele identiteiten op elkaar botsten. Van een ‘dubbele crisis’ was sprake, omdat beide generaties zelf ook nog eens bijzonder onzeker waren als gevolg van de rasante technische vooruitgang die ze meemaakten. Het staat vast dat er aanzienlijke verschillen in de mentale landkaart van de vooroorlogse en de naoorlogse generatie bestaan. Deze verschillen kunnen echter moeilijk als prima causa van de jaren zestig gelden, te meer daar deze langzame verschuivingen niet kunnen verklaren waarom juist de tweede helft van de jaren zestig zo onrustig verliepen. Met behulp van het generatiemodel kan bijvoorbeeld ook niet verklaard worden waarom in Nederland belangrijke vertegenwoordigers van de vooroorlogse generatie in de jaren zestig plotseling actief aan het veranderen sloegen, zoals de historicus James Kennedy overtuigend heeft beschreven.

Een derde groep verklaringen probeert de jaren zestig vanuit een politiek perspectief te duiden. Tijdgenoten zochten de oorzaak van de maatschappelijke onrust onder andere in het mogelijk onbevredigend functioneren van de Westerse democratieën. Verschillende maatschappelijke groeperingen zouden onrust zaaien, omdat ze zich door het politieke systeem tekortgedaan voelden. Vanuit dit politieke perspectief zijn naderhand genuanceerde verklaringen opgesteld, zoals vooral Jan Willem Duyvendak en Ruud Koopmans voor de Nederlandse geschiedenis hebben gedaan. Latente maatschappelijke conflicten zouden al naar gelang de ‘political opportunity structure’ tot uitbarsting komen. Was bijvoorbeeld een groot deel van de maatschappelijke conflicten op een bepaald moment gepacificeerd en waren elites onzeker over de te volgen politieke koers, dan was de kans groot dat nieuwe conflicten gezocht en gethematiseerd zouden worden. Als analytisch kader voor de politieke ontwikkeling in de tweede helft van de jaren zestig is dit model bijzonder bruikbaar: de opkomst van partijen als D’66 laat zich er goed in vangen. Voor culturele, mentale en religieuze verschuivingen, net als voor gevallen van continuïteit, is het echter veel minder bruikbaar.

Het volledige artikel, met voetnoten, vindt u in Transparant 20.3

Personalia

Peter van Dam studeerde geschiedenis in Amsterdam en Münster. Momenteel schrijft hij in de onderzoeksgroep ‘Zivilgesellschaftliche Verständigungsprozesse’ in Münster een proefschrift over de verhouding van religie en civil society in Duitsland en Nederland aan de hand van de geschiedenis van de arbeidersbeweging.

Bestel het complete nummer over confessionele politiek, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).

Jaargang 20 (2009) No 3 – themanummer confessionele politiek