De ‘economie van het genoeg’ als christelijke reactie op de Industriële Revolutie?

In een kamer in het historische pand van het Instituut Geschiedenis aan de Kromme Nieuwegracht in Utrecht ontmoeten we prof. dr. Bob Goudzwaard en prof. dr. Jan Luiten van Zanden. Het is de eerste keer dat deze twee economische denkers intensief met elkaar van gedachten wisselen. Onderwerp van het gesprek zijn de aard en betekenis van de Industriële Revolutie en de gevolgen daarvan voor de moderne economie en samenleving. Goudzwaard ontwikkelde een eigenzinnige economische theorie met een duidelijk normatieve dimensie. Hoe denkt Van Zanden daar over? Wat is hun visie ten aanzien van volkshuishouding en welvaart? Is de vooruitgang van de economie zegen of vloek?

Bob Goudzwaard. Bron refdag, Anton Dommerholt

Bob Goudzwaard. Bron refdag, Anton Dommerholt

Economie van het genoeg

We vragen aan Goudzwaard of hij zijn theorie over noodzakelijke grenzen nog eens uiteen kan zetten. Goudzwaard:

‘Ik raakte tijdens mijn studie geïnteresseerd in de vooronderstelling dat het de behoeften zijn die de economie aandrijven, dat die altijd zullen bestaan en alleen maar zullen toenemen. Daar had ik moeite mee. Verder vroeg niemand zich af waar die aanname vandaan kwam, namelijk dat de productie op de gegeven behoeftes gebaseerd moest worden. Ik wel. Ik vroeg me af of een voortdurende expansie van de economie op basis van die voortdurend toenemende behoeften niet juist heel schadelijk kon zijn. De natuur, het menselijk welzijn, de schepping en andere kwetsbare waarden zouden eronder kunnen lijden. Ik ontwikkelde toen een wijze van normatief economisch denken, waarbij ik ervan uit ging dat niet alle behoeften bevredigd moesten worden en dat er een rem op de productiemiddelen gezet zou moeten worden. Mijn theorie noemde ik de “economie van het genoeg”.’

Van Zanden is direct kritisch:

‘U gaat te veel uit van de autonomie van de economische ontwikkeling die onher- roepelijk tot catastrofes zal leiden. Maar dat is toch juist niet zo? Sinds de jaren zestig stuurt de overheid de economie voortdurend bij. Er is wél een corrigerend mechanisme aanwezig in het politieke debat. Sinds 1870 is de Industriële Revolutie steeds meer in betere banen geleid met behulp van overheidsingrijpen. Kinderarbeid is afgeschaft, mensen werken nu veel minder.’

Bovendien heeft Van Zanden krltiek op de normatieve onderbouwing van Goudzwaards theorie:

‘U heeft een normatief verhaal op papier gezet. Ik ben historicus en probeer allereerst in kaart te brengen hoe de economische ontwikkeling verloopt – ik houd mij met het Sein bezig, niet in eerste instantie met het Sollen. Ik zie juist een positief verband tussen economische groei en bijvoorbeeld de bescherming van het milieu. Hoe welvarender de mensen, hoe meer tijd en geld ze uittrekken voor het instandhouden van het welzijn en het milieu. Milieuproblemen zie ik juist dáár ontstaan waar men de middelen niet heeft om ze op te lossen. Ten slotte lijkt het mij vrijwel onmogelijk grenzen aan de economie op te leggen. Mensen zijn altijd vernieuwend en innovatief. Je kunt creativiteit, ten goede of ten kwade, niet beteugelen.’

Goudzwaard beschouwt zichzelf echter net zo goed als wetenschapper, niet als pro-feet:

‘Je hoeft normatief en wetenschappelijk denken toch niet tegenover elkaar te stellen? Ik zie ook een feitelijke ontwikkeling, namelijk dat expansie meer vernietigt dan wanneer je de economie gelijkmatig zou laten groeien. Ik spreek sowieso liever over “groei” dan over “expansie”. Het eerste is een organisch, natuurlijk begrip. Een boom groeit en brengt vruchten voort. Hij hoeft niet per se tot in de hemel door te groeien, dat zou juist minder vruchten opleveren. In mijn proefschrift onderzocht ik de “ongeprijsde schaarste”. Tinbergen vroeg mij om het verschijnsel bliss, dat wil zeggen de elementen van verzadiging in de economie, uit te zoeken. Ter wille van onze kleinkinderen en het behoud van het milieu moeten we de expansie matigen. Het gaat niet in de eerste plaats om objects of use, maar om objects of care.’

‘Ik redeneer niet vanuit het perspectief van de dominee. Ook vanuit economisch perspectief houd ik vol dat organische groei meer oplevert dan mechanische uitdijing. De “ongeprijsde schaarste” waarover ik het net had, is ook een belangrijke waarde. De samenleving reageert, dat zei Locke al, alleen op arbeidswaarde. Maar er zijn ook dingen die niet afhankelijke zijn van wat wij geproduceerd hebben. De aandacht op de productiekant trekt de samenleving scheef. Inmiddels erkent de Wereldbank ook het begrip social capital. Ik ben geen econometrist, ik heb slechts HBS-a gedaan, maar getallen zijn niet alles. Alles van waarde is weerloos – en ongeprijsd.’

Abraham Kuyper en het poldermodel

Nu ze bij elkaar de wetenschappelijkheid van hun uitgangspunten hebben vastgesteld, blijken beide economische denkers toch meer op één lijn te zitten dan we aanvankelijk dachten. Van Zanden benadrukt dat voor hem de verhouding tussen wetenschap en waarde ook van groot belang is: ‘Ik probeer het natuurlijk wel, maar waardevrije wetenschap bestaat niet. Dat heb ik wel tijdens mijn colleges wijsbegeerte der wetsidee geleerd.’

Maar er blijft een verschil bestaan ten aanzien van de waardering van economen. Goudzwaard vindt dat economen toch ook een normatieve taak te vervullen hebben. Hij citeert Keynes: ‘Economists are trustees not of civilisation but of possibilities of civilisation’. Dit gaat Van Zanden te ver: ‘Dat is wel een heel ambitieuze claim voor economen. Als u nou zou zeggen dat wétenschappers de trustees waren, kon ik met u meegaan.’ Opnieuw vinden ze echter een compromis. De kloof tussen normatief en wetenschappelijk denken is kleiner geworden. Goudzwaard: ‘In het tijdperk van de Industriële Revolutie dacht men nog te beperkt wetenschappelijk.

De samenleving werd als een mechanisme beschouwd dat zelf wel voor oplossingen zou zorgen. Dat werkte niet. Er ontstonden kwetsbare plekken. Pas sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw hebben politici er voor gezorgd dat ontwikkelingsproblematiek en milieu- beleid zaken van internationaal belang werden.’

Download het complete interview (Pdf)

Jaargang 14 (2003) No 4 – themanummer Industriële Revolutie