De buitenlandse politiek van de SGP tijdens de Koude Oorlog (1949-89)

De SGP-nota ‘Ver weg en toch dichtbij’ van 1996 over de visie van de SGP op het buitenlandse beleid, stelt dat de SGP tijdens de Koude Oorlog een min of meer consistente buitenlands-politiek beleid heeft gevoerd. “Een goed voorbeeld van deze constante lijn in de visie op het buitenlands beleid, [is] de positie die de SGP innam in de kernwapendiscussie in het begin van de jaren tachtig,” aldus de schrijvers. Van een constante lijn in de visie op het buitenlandse beleid is echter beslist geen sprake. Integendeel, het beleid veranderde onder invloed van de fractievoorzitters en internationale ontwikkelingen regelmatig.

De SGP-nota Ver weg en toch dichtbij. Bron Transparant

De SGP-nota Ver weg en toch dichtbij. Bron Transparant

In de beginjaren van de Koude Oorlog werd de buitenlandse politiek van de SGP gekenmerkt door een anti-Amerikaanse en antiwesterse houding. Zo verweet fractievoorzitter ds. P. Zandt – die van 1945 tot 1961 fractievoorzitter was – het ontstaan van twee Duitse staten in 1949, de Duitse Democratische Republiek (DDR) in het oosten en de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) in het westen, voornamelijk aan de bezettingspolitiek van de westelijke geallieerden. De westelijke geallieerden hadden namelijk zonder de Sovjet-Unie daarin te kennen, besloten de nieuwe Duitse mark te koppelen aan de Amerikaanse dollar, zodat er een einde kwam aan de heersende inflatie. Dit was volgens de SGP mede oorzaak voor het ontstaan van de twee ‘Duitslanden’. Echter, niet alleen de Duitse deling was volgens de SGP de schuld van vooral de westelijke geallieerden, ook het ontstaan van de wapenwedloop viel voor een belangrijk deel te wijten aan het Westen. Volgens de SGP hadden de Verenigde Staten na het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 op een veel te grote schaal gedemo- biliseerd, waardoor het machtsevenwicht tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie was verstoord. Deze fout probeerden de Verenigde Staten door dure bewapeningsprogramma’s te herstellen, hetgeen logischerwijze een tegenreactie van de Sovjet-Unie uitlokte, zo meende de SGP.

Ds. Zandt keurde deze wapenwedloop herhaaldelijk in felle bewoordingen af. “Hele kapitalen, de ene milliard bij de andere, worden daarvoor uitgegeven, ons land alleen reeds heeft er een half milliard gulden voor op de begroting gebracht. Zo is er van een uitweg geen sprake, maar wel van vermeerdering van ellende,” aldus ds. Zandt in zijn partijrede van 1951. Ds. Zandt meende namelijk dat het ‘rode gevaar’ niet te bestrijden was met louter menselijke middelen. “Neen, de strijd, wil men van de victorie gewis zijn, dient met het zwaard des Geestes gestreden te worden”. Bovendien vond de SGP de “schier niet te dragen lasten” van de wapenwedloop een oordeel van God. Immers, “hoe zwaar drukken de uitgaven daarvan op de bevolking; hoe veel nuttiger zouden deze uitgaven besteed kunnen worden!” De SGP pleitte dan ook voor drastische bezuinigingen op de defensie-uitgaven. Dit kon volgens de SGP in de eerste plaats door de uitgaven te spreiden over meerdere jaren. In de tweede plaats door op een goedkopere wijze materieel aan te schaffen. Ten slotte meende de SGP te kunnen bezuinigen door het aantal ambtenaren dat bij het ministerie van Oorlog en Marine werkzaam was, niet verder te laten stijgen gezien de kosten die daaraan verbonden waren. Ds. Zandt toonde zich in 1955 dan ook zeer verheugd toen bleek dat de uitgaven voor defensie niet verder waren gestegen, maar zelfs – procentueel gezien – waren gedaald.

Dit pleidooi voor bezuinigingen betekende echter niet dat de SGP het defensieapparaat wilde verwaarlozen. Integendeel, de SGP pleitte vurig voor een modern uitgerust defensie-apparaat en riep de regering voortdurend op haar waakzaamheid niet te laten verslappen. De SGP meende weliswaar dat de Verenigde Staten en West-Europa veel te verwijten viel, de partij ontkende geenszins het gevaar dat van de Sovjet-Unie uitging. De SGP wees op het feit dat de Sovjet-Unie voortdurend bezig was met het versterken van haar militair potentieel. Bovendien werd de dreiging van de Sovjet-Unie duidelijk gevoeld toen sovjettroepen op 17 juni 1953 de arbeidersopstand in de DDR bloedig neersloegen. “Hoe betrekkelijk dicht toch staan de Russische legers bij onze grenzen!” aldus ds. Zandt in zijn partijrede van 1954. Twee jaar later, toen Russische tanks en militairen in november 1956 Hongarije binnenvielen om de opstand, die op 23 oktober uitgebroken was, de kop in te drukken, reageerde de SGP op een soortgelijke wijze. De SGP dacht zelfs dat een Derde Wereldoorlog aanstaande was. De voortekenen van de naderende wereldoorlog meende de SGP te zien in de vluchte- lingenstroom vanuit de DDR naar het Westen, die sinds het einde van de jaren vijftig enorme proporties had aangenomen. Volgens de SGP vluchtten de inwoners van de DDR massaal naar het Westen, omdat zij niet voor de Sovjet-Unie zouden willen vechten. Deze houding was opmerkelijk, omdat vrijwel alle kranten de vluchtelingenstroom in verband brachten met de interne crisis van de DDR en niet met een dreigende oorlog.

Download het complete artikel (Pdf)

Jaargang 15 (2004) No 1