Comenius als ‘speelbal’ tussen Oost en West

De beroemde Tsjechische filosoof, theoloog, pedagoog en humanist Jan Amos Komensk (1592-1670), ofwel Comenius zoals zijn gelatiniseerde naam luidde, is in 1670 in het Gothische kerkje in Naarden begraven. Hij was vanwege het rekatholiseringsbeleid van de regering naar Nederland gevlucht. Comenius was voor Tsjechoslowakije een nationaal symbool. In 1933 sloten Nederland en Tsjechoslowakije het zogenaamde Comeniusverdrag: Nederland gaf Tsjechoslowakije de grafkapel voor één gulden voor ‘onbegrensden tijd’ in erfpacht. Dit verdrag was tijdens en na de Koude Oorlog een opmerkelijk politiek-symbolisch onderdeel van het Nederlandse Oosteuropabeleid.

Comenius. Bron Wikimedia

Comenius. Bron Wikimedia

‘Wij moeten ernaar streven dat de mensheid haar vrijheid van gedachte, vrijheid van godsdienst en burgerlijke vrijheid herwint’, schreef de Tsjechische filosoof, theoloog, pedagoog en humanist Jan Amos Komenský (1592-1670, zie kader). Om dit doel te bereiken, pleitte Comenius – zoals zijn gelatiniseerde naam luidde – voor één universele godsdienst, één universele filosofie en voor één universele taal. Dit streven had ongetwijfeld te maken met zijn eigen verleden: gedwongen door het rekatholiseringsbeleid van de Habsburgse machthebbers in Oost-Europa, vluchtte Comenius in 1620 naar Amsterdam. Daar overleed hij in 1670, waarna hij werd begraven in het Gotische kerkje in Naarden.

Wie was Comenius? Jan Amos Komensk (1592-1670) zoals hij eigenlijk heette, werd op 28 maart 1592 geboren in het Tsjechische Nivnice. Hij behoorde tot de Boheems-Moravische Broedergemeente, die in de vijftiende eeuw door Johannes Hus was opgericht. Na zijn studies theologie en filosofie aan de universiteiten te Herborn en Heidelberg werd hij in 1613 predikant van de Broedergemeente in Moravië. Aan de religieuze vrijheid kwam echter in 1618 een einde, nadat de katholieke Ferdinand van Stiermarken tot koning van Bohemen was verkozen. De protestantse bevolking kwam vervolgens in opstand, wat het begin betekende van de Dertigjarige Oorlog (1618 tot 1648). Als gevolg van deze oorlog, was Comenius gedwongen een goed heenkomen te zoeken. Na een lange zwerftocht door Europa vestigde hij zich uiteindelijk in 1656 in Amsterdam. Van zijn hand verschenen ruim tweehonderd publicaties, die betrekking hadden op de filosofie, theologie, pedagogie en politiek. Hij wilde met zijn geschriften bijdragen aan een rechtvaardige samenleving en wereld.

Hij pleitte daarom voor een goede opvoeding van kinderen, kerkelijke oecumene, religieuze en politieke tolerantie en verzoening en ten slotte voor een evenwicht tussen theologie en natuurfilosofie (pansofie). Zijn bekendste werk is het schoolboek Orbis Sensualium Pictus (De zichtbare wereld in afbeeldingen, 1658), de eerste kinder-encyclopedie. Op 15 november 1670 overleed Comenius in Amsterdam, waarna hij op 22 november werd begraven in de Waalse Kerk te Naarden. Waarom hij in Naarden is begraven en niet in Amsterdam is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk heeft de voorganger van zowel de Waalse Kerk in Amsterdam als in Naarden, ds. Grouwels, voorgesteld om Comenius in Naarden te laten begraven. De nabestaanden van Comenius konden een begrafenis in de kerk van Amsterdam namelijk niet betalen, terwijl tegelijkertijd een begrafenis op het kerkhof een voorganger onwaardig zou zijn geweest.

Personalia

Drs. L.J. van Damme (1982) studeerde Geschiedenis en Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. In maart 2006 studeerde hij af op een onderzoek naar het Nederlandse Oost-Europabeleid na de Koude Oorlog, toegespitst op het uiteenvallen van Tsjechoslo- wakije. Dit artikel is deels op de Master Thesis gebaseerd, deels op nieuw archiefonderzoek.

Jaargang 18 (2007) No 1