Calvijn, theoloog in context en conversatie

Een van de meest merkwaardige voorbeelden van een appreciatie van Calvijn als theoloog vinden we in een biografie van een eeuw geleden. De Schotse ‘bachelor of divinity’ Hugh Y. Reyburn besluit zijn sympathieke en redelijk betrouwbare levensbeschrijving van de reformator van Genève met een voor calvinisten wel erg schokkende vergelijking.

Darwin een calvinist?

Zijn conclusie van alles is dat de leer van Calvijn in de sfeer van de theologie rond de wisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw vele expo- nenten vindt op het gebied van de wetenschap. De predestinatie is volgens Reyburn het centrale dogma van Calvijn. Uiteindelijk is alles wat er gebeurt terug te voeren tot de dubbele predestinatie, waarbij we geloven dat God tot uitvoering brengt wat van eeuwigheid af in Zijn welbehagen besloten lag. Hoe is er dan een verbinding met de moderne wetenschap? Zonder enige aarzeling zegt Reyburn dat een van de belangrijkste stellingen van de moderne wetenschap ‘predestinatie in een nieuwe vermomming’ is. Het moderne inzicht van de evolutie, dat het gaat om het uiteindelijke doel, waarbij de gedoemde vernietiging van alle voorstadia voor lief moet worden genomen, correspondeert met de dubbele uitverkiezing. Allen die verloren gaan moeten uiteindelijk toch dienen tot de verheerlijking Gods. Het belangrijkste is de voortgang van de evolutie, en het lot van de individuen die verloren gaan, moet daar zelfs nuttig voor zijn. Dat mag dan de ‘troost’ zijn voor allen die onderweg verloren gaan. Ze hebben uiteindelijk bijgedragen tot Gods heerlijkheid. ‘Het schouwspel van de eeuwenlange voortgang van de ontwikkeling, die zich ontvouwt in geologie, biologie en geschiedenis verzekert ons dat we in de hand zijn van Een, Die alle dingen regeert naar Zijn eigen wijsheid en wil. De laatste woorden van Reyburns boek vormen de volgende ongelooflijke doxologie: “Our Faith in the world’s progress, and in the ultimate triumph of good over evil, is based, in the long run, on our Faith in the Sovereignty of the Triune God. Darwin unites with Calvin to guide us along a track which brings us at last to His feet”.

Was Calvijn eigenlijk wel een theoloog?

Het slotakkoord van Reyburns boek over Calvijn zal vele calvinisten verontwaardigd de ogen doen uitwrijven. Hoe is het mogelijk om Darwin en Calvijn zo op één noemer te brengen? Behalve dat ze in 2009 een gedenkjaar met elkaar delen – Calvijn is 500 jaar en Darwin 200 jaar geleden geboren – zijn ze immers van elkaar verwijderd zoals het westen van het oosten en verschillen ze als dag en nacht. Toch bedoelde de Schotse theoloog de vergelijking duidelijk wel als een ultieme waardering van zijn ‘held’. Calvijn was voor hem de theoloog, die als enige voor de moderne tijd voldoende zeggingskracht had. En dat was juist vanwege het centrale thema van zijn theologie, waar zovelen zoveel moeite mee kunnen hebben, de leer van de dubbele predestinatie. De soevereiniteit van God en de eeuwige beschikking van alle dingen in de geschiedenis en in het individuele mensenleven, dat waren de belangrijkste bijdragen die Calvijn als theoloog aan de mensheid had bij te dragen.

Hier wreekt zich echter een benadering van Calvijn, die op twee manieren funest is. Allereerst wordt er al te gemakkelijk van uitgegaan dat er sprake zou zijn van één centraal dogma, dat bepalend is voor zijn theologie. Voor de een is dat de predestinatie, voor de ander de soevereiniteit van God. Weer een ander noemt het verbond, en zo probeert iedereen de focus en de scopus van zijn theologisch denken te bepalen om vervolgens instemming te betuigen of afkeuring te laten blijken. Daarbij komt nog dat men vergeet dat hij meer dan één boek heeft geschreven. Hoe magistraal zijn Institutie ook is, wie dit boek als enige bestudeert en denkt vervolgens Calvijn te kennen, die vergist zich. Het is ook weer wat te kort door de bocht om te stellen dat het ‘slechts een inleiding’ is tot het eigenlijke werk, maar toch bedoelde Calvijn in zijn Institutie ten diepste een hulp te bieden bij het verstaan van de Heilige Schrift zelf. En het hart van zijn theologie was om het Woord van God zelf te laten spreken. Een theoloog was volgens Calvijn geen ontwerper van een systeem om de waarheid aangaande God inzichtelijk te maken, maar niets meer of minder dan een ontdekker van datgene wat God in Zijn Woord aan waarheid en leven had gegeven in Christus Jezus. En alle middelen die tot dat heilzame ontdekkerswerk dienstbaar was, dat maakte de kern van zijn methode van theologie uit.

Het volledige artikel, met voetnoten, vindt u in Transparant 20.2

Personalia

Dr. M.A. van den Berg is hervormd predikant van de Morgenstergemeente in Zoetermeer. Hij promoveerde in 2007 op het boek Vrienden van Calvijn.

Jaargang 20 (2009) No 2 – themanummer Calvijn